Wat je woonplaats zegt over je (potentieel) druggebruik

16 februari 2018
Dat Antwerpen de cocaïnehoofdstad is van Vlaanderen, moeten we je niet meer vertellen. Maar dat Geraardsbergen - na Antwerpen - de speedhoofdstad is, klinkt misschien nog nieuw in de oren.

Alexander Van Nuijs doet al tien jaar onderzoek naar drugsresten in ons rioolwater. Daarvoor trekt hij naar zuiveringsinstallaties van verschillende steden en gemeenten.

Zo weten we dankzij het onderzoek dat in Antwerpen meer cocaïne wordt gebruikt dan in Brussel. Maar Van Nuijs zoekt in het onderzoek vooral naar patronen.

Riooltest

Zo’n riooltest is voor een stad of gemeente zoals een medische test voor een individu. “We beschouwen het rioolwater als een verzameling van urinestalen”, zegt Van Nuijs. “Het geeft ons dus een beeld wat er in de bevolking of stad gaande is.”

“We kijken wat in een verloop van tijd binnen die gemeente gebeurt”, legt hij uit. “Daarnaast zien we ook hoe verschillende drugs zich tot elkaar verhouden. Dan zie je dat de ene drug meer voorkomt dan de andere.”

Weten welke drugs in een lokale context meer voorkomen, kan het lokale beleid helpen om gerichte acties te ondernemen

En wat leren we daaruit? “In grote steden zoals Antwerpen en Brussel is cocaïne de meest gebruikte drug, maar in kleinere gemeenten, zoals Geraardsbergen of Ninove zien we dat speed relatief gezien meer wordt gebruikt.”

Dat kan op zijn beurt ondersteuning bieden bij de uitwerking van een gericht lokaal beleid, weet Van Nuijs. “Druggebruik in een specifieke stad of gemeente hangt samen met de lokale context. Zijn er lokale dealers of gebeurt de productie van een bepaalde drug lokaal? Het kan helpen om gerichte acties te ondernemen.”

Lees ook