Wat moet er gebeuren met al die (beige) kleren die niet verkocht raken door de coronacrisis?

5 mei 2020
© Viktor Vasicsek (via Unsplash.com)
De hippe lentemode heeft weken achter slot en grendel gezeten. Betekent dat dat we volgende lente ook nog beige dragen? Of is al die kleding echt voor niets gemaakt? Modejournalist Veerle Windels ziet kansen voor de modeindustrie om zichzelf opnieuw uit te vinden.

Volgens kenners is beige de trendkleur van deze lente. Alleen zijn veel van die (beige) kleren door de coronacrisis op de rekken blijven hangen en op de schappen blijven liggen, zegt Veerle Windels in ‘Nieuwe Feiten’. De online verkoop maakt immers maar een deeltje goed.

Toch betekent dit niet dat we al die kleren volgende lente kunnen recupereren. “Zo werkt het niet. Je kan ook niet aan een schilder zeggen: ‘je schilderijen zijn niet verkocht, hou die maar bij voor een volgende vernissage of expo’. Bovendien zijn we dan alweer in andere sferen en zullen andere dingen zich aandienen.”

Al is er wel nog wat hoop voor het beige natuurlijk, want de winkels gaan binnenkort opnieuw open. 

Stoffen hergebruiken

En wat met de rest? Vroeger gebeurde het dat er wel eens wat verbrand werd, zegt Windels. Tot het in bepaalde landen werd verboden. “Onder meer Burberry heeft jaar op jaar een aantal collecties verbrand.” Dat gebeurt nu niet meer, maar wat wel gebeurt is dat men stoffen uit vorige collecties gaat hergebruiken. Ann Demeulemeester doet dat bijvoorbeeld. “Wat ook fantastisch is in deze tijden, dat je nadenkt over het milieu en daarin meegaat.”

En gelukkig zijn er ook tijdloze stukken, zoals een donkerblauwe kasjmieren trui, waarmee je altijd kan aankomen. Voor fuchsia of paars ligt dat al heel wat moeilijker. (Maar beige is gelukkig wel vrij tijdloos)

“Men stelt alles in vraag”

Het soort crisistijd waarin we nu leven doet mensen wel in de spiegel kijken. Want is een modemachine met vier collecties per jaar nog wel te verantwoorden? “Men stelt alles in vraag” zegt Windels hierover. “Men wil de kleren opnieuw op het juist moment in de winkel. Dat wil zeggen een wintercollectie in een wintermaand in de winkel, en niet in de zomer, zoals nu gebeurt. Voor de lente net hetzelfde: niet een lentecollectie in december gaan uitleveren in een winkel.”

Maar ook andere dingen worden in vraag gesteld. Zou minder produceren geen goede zaak zijn? En moeten we wel naar New York en Milaan blijven vliegen voor die modedefilés? “We kunnen dit als een kans zien, en nadenken over hoe het verder kan. Liefst met nadruk op milieu en duurzaamheid, maar ook gewoon als consument. Dat is het mooiste wat zou kunnen gebeuren. Als we met zijn allen eens nadenken over wat we eigenlijk nodig hebben, wat we moeten kopen. Moeten we wel zoveel hebben? En wat is de waarde van een kledingstuk? Als we dat opnieuw zouden kunnen bepalen, komen we heel ver, denk ik.”

Want vergeet niet, de zelf consument heeft ook inspraak: mensen ervaren het winkelen immers als een entertainmentfactor op zaterdag, en willen steeds maar nieuwe dingen te zien krijgen. Ze hebben geen zin in de collectie die ze drie weken eerder ook al tegenkwamen tijdens hun shoppingdagje. “Zo zijn ontwerpers eigenlijk gedoemd om steeds meer te gaan produceren.”

Beluister het gesprek met Veerle Windels in 'Nieuwe Feiten':

Lees ook:

Radio 1 Select