"We hebben dat land ooit leeggehaald, nu moeten we het helpen"

18 november 2018
Bart Demyttenaere en Congo: dat gaat nooit meer over. Voor zijn boek ‘Mijn Congo’ ging hij terug naar het land waar hij de gelukkigste jaren van zijn leven beleefde.

Mijn Congo is een erg persoonlijk verhaal geworden. Want de Demyttenaeres en Congo blijken erg met elkaar verstrengeld. Bart vond terug hoe zijn oudoom Michael Eugenius Demyttenaere de beroemde ontdekkingsreiziger Stanley bevoorraadde. Die laatste had daarvan notitie gemaakt. “Mijn oudoom bracht als kapitein van een schip ook heel wat militairen naar Congo. Die moeten er vreselijke tropenziektes gekregen hebben, maar zullen op hun beurt waarschijnlijk nare dingen gedaan hebben tegenover de lokale bevolking. Je kan niet alles goedpraten, maar mijn oudoom was natuurlijk een kind van zijn tijd.”

Mijn moeder heeft nooit kunnen aarden in Congo, maar mijn vader kon dat hier ook niet meer

Ook Barts vader trok naar Congo. “Mijn vader was de zoon van een vlasboer, maar wou ontsnappen uit zijn ouderlijke huis. Bij het zien van een advertentie voor opzichter in de Congolese katoenindustrie, was hij verkocht. Met zijn veel te warme winterkleren aan, landde hij in Congo in 1959. Hij stuurde er lokale dorpshoofden aan, die katoenvelden moesten aanleggen. In de brousse ving hij niet op hoe het steeds onrustiger werd in de steden. Hij leidde een onbezorgd leven.”

Ford Genk

Barts vader trouwde in België, maar Bart zelf werd geboren én verwekt (“dat vind ik belangrijk”) in Congo. Hij werd in 1963 geboren in Albertstad, het huidige Kalemie. Maar nog geen jaar later moesten zijn ouders vluchten, omdat het er te gevaarlijk werd.
“Mijn moeder heeft nooit kunnen aarden in Congo, maar mijn vader kon dat hier ook niet meer”, vertelt Bart. “Hij werkte bij Ford Genk, maar heeft werkelijk geen seconde arbeidsvreugde meer ervaren in zijn leven.”

Er gebeurt veel, maar wij horen nauwelijks nieuws uit Congo

Het traject van Bart Demyttenaere zelf doet sterk denken aan dat van zijn vader. Ook hij beleefde een moeilijke jeugd. Hij werd gepest op school (“mijn bijnaam was ‘het heilig paterke van Beringen’") en beleefde een mislukte avontuur aan het Seminarie (“God riep iedereen, maar ik hoorde ‘m maar niet”).
Dat liet hij allemaal achter zich door naar Congo te trekken. Hij gaf er vier jaar les, en verkende er het land. “Ik ging er dansen tot diep in de cités. Ik was er volstrekt gelukkig, en dat immense land bleef me maar verwonderen.”

Dictatuur en hongersnood

Maar in 1990 zou ook Bart het land moeten verlaten wegens de gevaarlijke politieke situatie. En de onveiligheid, het geweld, de wreedheden zijn er nog steeds. Het frustreert hem dat Congo vandaag nog altijd niet veilig is. “De huidige regering doet niets. De Congolezen rollen van de ene dictatuur in de andere, er is hongersnood. En van al dat nieuws horen wij nauwelijks iets.”

Bart heeft ook kritiek op het Westen, dat bezondigt zich volgens hem aan schuldig verzuim. "Er is een grote troepenmacht van de VN aanwezig. Maar ze mogen enkel observeren en rapporteren. Waar gaan die rapporten naartoe? Vlaams minister-president Geert Bourgeois kondigt aan dat er noodhulp komt voor de provincie Kasai. Maar het geld levert maar twaalf rijstkorrels per kind op. Wij hebben de plicht om het land te helpen dat we zo lang hebben leeggehaald.”

 

Herbeluister de uitzending (deel één en twee)

Lees ook: