"We hebben niet zozeer te maken met een crisis van de politiek maar van de PARTIJpolitiek"

3 september 2020
Klopt ons beeld, dat het vertrouwen en de betrokkenheid bij de politiek vandaag op een laag pitje staan? En waaraan ligt dat? Hoe komt het dat de formatie opnieuw zo eindeloos lang aansleept? Het helpt waarschijnlijk niet voor het vertrouwen in onze politici dat ze zèlf ook aangeven dat ze “het beu zijn”, of zich schamen voor de aanpak van hun partij? 'De Wereld van Sofie' zocht antwoorden bij Carl Devos, politicoloog aan de UGent.

Er heerst nu vooral apathie en dat is eigenlijk nog erger dan verontwaardiging. Dat terwijl er bij de vorige recordformatie van 2010-2011 nog verschillende protestacties waren, de ene al ludieker dan de andere, maar altijd vanuit een soort verontwaardiging. Denk bijvoorbeeld aan Koen Fillet, die zijn baard liet groeien tot er een regering kwam.

Politicoloog Carl Devos ziet een aantal redenen voor dit verschil: "Er is gewenning, we hebben het al eens meegemaakt. We weten nu ook dat we na 500 dagen zonder regering nog niet moeten panikeren. Ten tweede: anders dan in 2010 vreest men niet voor het voortbestaan van België. Bij de vorige formatiecrisis kreeg ik voortdurend buitenlandse journalisten aan de lijn die vroegen of die nu het einde van België was. En tenslotte is er natuulijk corona. Voor veel mensen is dat een heel nabije angst en dat maakt politiek een bijzaak."

Toch lijkt het alsof we nu een veel ergere vorm van politiek theater zien dan in 2010. Devos schreef zelf in een column: "Cynischer kan politiek haast niet zijn. Al drie decennia volg ik de Wetstraat van dichtbij, de helft daarvan vanuit de kleinere concentrische cirkels aldaar. Zo erg als nu was het nooit. Vergeleken met de huidige was de formatie van 2010 een inhoudelijk festijn.” Devos: "er is nog een belangrijk verschil: na de verkiezingen van 2010 ging het sneller over inhoud. Er was al vroeg een formateur - Elio Di Rupo - en die had al snel een nota klaar. Er werd minder tijd verspeeld aan politiek stratego. De politieke toppers van nu zijn ook moe, ze lopen al sinds de lokale verkiezingen van 2018 op de toppen van hun tenen. De sfeer achter de schermen is ook al heel erg verzuurd Ik hoor van journalisten: 'als we zouden opschrijven wat de onderhandelaars allemaal over elkaar zeggen, dan zouden we vreselijke dingen in de krant moeten zetten'. Het is niet echt een verzachtende omstandigheid maar de kiezer heeft de kaarten nu eenmaal moeilijk geschud, er zijn meer verliezers dan winnaars aan de onderhandelingstafel, er is aan de twee kanten van de taalgrens heel anders gestemd, en we hebben onervaren partijvoorzitters die het niet gewend zijn om akkoorden te sluiten, die elkaar nog niet blindelings vertrouwen. Maar de vaak gehoorde commentaar dat er geen staatsmannen meer zouden zijn, moeten we wel heel erg relativeren. Jean-Luc Dehaene werd tijdens zijn actiever carrière eerder als brutale loodgieter beschouwd dan als staatsman. Staatsman, dat word je pas na de feiten."

"Er is nog een verklaring waarom het zo lang duurt. Vroeger was het zo dat de informatieronde erin bestond dat je veel mensen zag en dat je een dik rapport schreef dat vervolgens niemand las. En eenmaal de partijen samen aan de formatie (het sluitstuk) begonnen, dan konden ze het zich nog permitteren om te mislukken. Dat is nu helemaal anders. Men eist al op voorhand allerlei garanties, men wil al een regeerakkoord nog voor de onderhandelingen over het regeerakkoord beginnen. Men mag ook niet meer mislukken. De chemie die je hebt als je met acht rond te tafel zit is heel anders dan wanneer je één op één gesprekken hebt. Er onstaat een groepsdynamiek omdat je minder sterke eisen kan stellen. Het drama van deze formatie is dat die groepsdynamiek zo lang uitgesteld wordt."

"We moeten trouwens niet te pessimistisch zijn. Het is niet zo dat er een lineaire, gestage afname van het vertrouwen in de politiek is. Uit onderzoek blijkt dat dit eerder fluctueert, na crisismomenten is er een dip, maar daarna herstelt het vertrouwen zich. Bovendien, als je het Europees bekijkt scoort België boven het gemiddelde. Vooral in de Zuid-Europese landen, maar ook in Polen bijvoorbeeld, is het vertrouwen in de veel kleiner. En tenslotte is 'vertrouwen in de politiek' een containerbegrip. Belgen blijken vooral weinig vertrouwen te hebben in politieke partijen, de politique politicienne. Het vertrouwen in de politieke basisinstellingen (het parlement, de democratische vrijheden,...) blijkt nog altijd groot. We hebben niet zozeer te maken met een crisis van de politiek maar van de partijpolitiek. Dat we in België met een particratie zitten maakt dat wel wat problematisch."

Lees ook: