"We hebben ruimtes nodig waar mensen aan natuurbeleving kunnen doen"

16 juni 2018
Steeds meer mensen wonen in de stad en zitten heel vaak binnenshuis. Dat is allemaal niet gezond, is de stelling van bioloog en naturalist Hans Van Dyck. Hij vindt dat we dieren van dichtbij moeten zien om ze te kunnen begrijpen.

Nood aan natuurbeleving

"Er is almaar meer verstedelijking: veel mensen wonen in steden met heel weinig en spontane natuur. Daarom is er nood aan stukjes natuur waar kinderen met hun netjes mogen klooien en dieren kunnen besluipen. Speelbossen waar mensen dieren van dichterbij kunnen bekijken, zijn heel belangrijk", vertelt bioloog en naturalist Hans Van Dyck in "Interne Keuken". 

Volgens Van Dyck is er niet enkel nood aan natuurreservaten en plekken met een paar bomen om in te klimmen: "we hebben ook ruimtes nodig waar beekjes zijn en waar mensen aan natuurbeleving kunnen doen. Er is nood aan ruimtes waar sommige dieren prikken, stinken of lastig zijn, want dat hoort er ook bij. Het is belangrijk om niet alleen het mooie plaatje van diertjes in de dierentuin te tonen, hoe belangrijk die ook kunnen zijn. Kinderen moeten dieren ook op een andere manier kunnen ontdekken".

Op ontdekkingstocht in de natuur

In speelbossen moeten kinderen niet alleen spelen en actief zijn maar ook ervaring opdoen, vindt Van Dyck. En net daarover maken zijn collega's en hijzelf zich zorgen. "We maken ons niet alleen zorgen over het uitsterven van dieren, planten en leefgebieden, maar ook over de kans om dieren in hun eigen leefgebieden te ervaren. We leven in een maatschappij waarin we heel veel schrik hebben van alles en nog wat. Mensen zijn bang dat kinderen vallen of een steek of een beet krijgen van een dier. We zitten met een soort van preutsheid die voor problemen kan zorgen wanneer er een nieuwe generatie natuuronderzoekers opgekweekt moet worden."

Van nature zijn we natuurmensen en we horen thuis in de natuur

"In een druk land als het onze hebben we kleine plekjes nodig waar kinderen bijna onbezonnen op ontdekkingstocht kunnen gaan", zegt Van Dyck. Ja, maar kikkervisjes vangen en in een bokaal mee naar klas nemen, mag bijvoorbeeld al niet. Wat doen we daar dan mee? "We hoeven het vangen en in potjes steken van dieren zeker niet te promoten. Maar als de slinger de andere kant uit slaat; als we dieren enkel tonen in powerpointpresentaties en op YouTube, dan zijn we ook niet goed bezig", aldus Van Dyck.

Veel biologen hebben het gevoel dat aantal naturalisten krimpt

Onze biodiversiteit zit in slechte papieren, denkt Van Dyck. Nochtans is contact met de natuur belangrijk als kweekvijver voor nieuwe natuurliefhebbers. Bovendien is er ook een verband tussen de biodiversiteit in iemands omgeving en diens gezondheid. "Kinderen die veel buiten spelen, hebben een heel andere microfauna- en flora dan kasplantjes die de hele tijd binnen en/of in de stad zitten. Op plekken met veel bloemen, bijen en vogels bevinden zich veel gunstige bacteriën."

Mensen zijn wandelende dierentuinen die bevolkt moeten worden door de omgeving

"Mensen hebben meer DNA van andere origine dan van menselijke origine in hun lijf. En dat is functioneel. Heel wat van onze functionele bouwstenen gaan dan ook al heel lang mee in de vorm van bacteriën of andere micro-organismen. Mensen zijn wandelende dierentuinen die bevolkt moeten worden door de omgeving. Als die omgeving alleen maar bestaat uit steen dan hebben we een probleem." 

Lees ook