"We mogen elkaar niet kennen, siste ik vanachter mijn chirurgisch mondmasker uit schrik dat we betrapt zouden worden"

20 december 2020
De Inspecteur van Radio 2 tikt iedereen op de vingers, maar nu heeft Sven Pichal zélf een coronamaatregel overtreden. Hij biecht alles op in 'De Toestand':

Het voorbij weekend heb ik, in het wilde leven dat wij intussen allemaal hebben, uiteindelijk toch een bezigheid gevonden: ik heb kerstkaarten geschreven. Nu denk je misschien "Annemie, die Sven is echt helemaal Radio 2 geworden. Die heeft kerstkaarten geschreven. En dat tot daar aan toe. Maar nee, nu gaat die er ook nog een radiocolumn over schrijven. Alsof er geen relevantere onderwerpen bestaan'. Voor één keer laten we hem hier nog op de radio, maar dan nooit meer. Straks gaat die nog zelf zijn t-shirts batikken. Of radiogod beware ons. Zelf zijn kerstkaarten maken met van die pareltjes. Diamond Painting heet dat. Google dat maar eens. Nee, dit is de laatste keer Pichal op Radio 1. Peeters zonder Pichal, dat is beter.

Maar, Annemie, geloof mij. Ik heb grotere avonturen geprobeerd het afgelopen weekend. Ik heb zelfs, en ik zou het niet mogen bekennen, een coronamaatregel overtreden. Er zit een misdadiger in ieder van ons. Al gaat het wel over een maatregel die niet iedereen lijkt te kennen, als ik rondom mij kijk. Al moet ik nu niet de roetpiet doorschuiven, want ik tref zelf schuld. En ik beken nu ook zelf schuld. . Mocht ik een advocaat hebben, dan zou die me dat afraden. Ik heb nog geprobeerd om advocaat Annelies Verlinden uit Schoten vast te krijgen, maar die is blijkbaar uit het vak gestapt.

Dus hier komt de bekentenis: Ik ben samen met mijn man gaan winkelen. En dat mag dus niet. We moeten alleen winkelen, tenzij het op afspraak kan. Die regel heb ik dus overtreden. Het is wel maar één keer gebeurd, in de Fnac dan nog wel, maar ik geef toe; dat is één keer te veel en dus geen excuus. En het was bovendien met voorbedachte rade. Want we wisten dat het niet kon en hebben het proberen te camoufleren. We zijn apart in de rij gaan staan bij de ingang. Hebben geprobeerd om te doen alsof we elkaar niet kenden. Mijn man gaat naar de papierafdeling cursusblokken zoeken voor onze studerende kinderen. Ik ga een gezelschapsspel zoeken, want gezelligheid maak je niet zelf, dat moet je kopen. En dus stonden we daar toen, elk in een andere afdeling. Te twijfelen.

Hij tussen gewoon of commercieel geruit. Ik tussen en nieuwe versie Uno of een kaartspel met ontploffende katten. Alles beter dan granaten in Antwerpen. Dus zet ik mijn twijfels op sms, naar mijn man, in dezelfde winkel: 'Koop ik deze, of die?'. En dan staat plots voor mijn neus -nee niet de veiligheidsmedewerker-, maar mijn man, om zijn keuze te komen toelichten. We mogen elkaar niet kennen, siste ik vanachter mijn chirurgisch mondmasker uit schrik dat we betrapt zouden worden als een dief in de nacht in de Fnac. Maar voor ik het echt besef, geef ik me over aan de misdaad, en staan we daar samen te kiezen en te overleggen en beginnen we nog net niet een kaartje te leggen. Tot we tot het besef komen, dat we over de schreef gaan. Ik beslis om meteen uit elkaar te stuiven en het pand te verlaten. En mijn man? Die stuur ik naar de kassa. Ik ben een consumentenman voor iets, zo’n financiële buitenkans laat ik niet liggen. Dus ik sluip naar de uitgang zonder aankoop en hij gaat betalen. 

Al had ik het achteraf gezien toch anders moeten aanpakken. Want in de rekken aan de kassa’s heeft hij nog twee kerstcadeaus geplukt die ik in normale tijden, als ik daar bij hem had gestaan, uit zijn hoofd had gepraat. Hij heeft ook betaald met onze gemeenschappelijke bankkaart. Dus alles in acht genomen; een misdaad met een wrange nasmaak en meteen ook het besef dat we dit ook niet nog eens in de Inno moeten gaan proberen. Nee, ik had dus andere avonturen geprobeerd het voorbije weekend en dus de kerstkaarten waren een veilige uitweg. En als ik dan toch even mag opscheppen. Ook dat is avontuurlijk hoor. Ik werk namelijk niet met een Excel of vooraf uitgeprinte etiketten. Nee, ik begin in het wilde weg te schrijven. 

Ik neem een kaartje van de stapel, bekijk de voorkant, en beslis dan voor wie die kaart ideaal is. Zo heb ik er dit jaar met een ober die aan een tafeltje aan zijn gasten komt vragen “wat fondue ervan”. En dan denk ik aan Marie die in het centrum van Antwerpen een restaurant heeft waar ze in een normaal jaar heel veel heerlijke fondue verkoopt. Dus begin ik dat kaartje voor haar te schrijven. En zo denk ik aan elke kaart telkens aan iemand anders. Met dat gevaar dat ik dus niet elk jaar aan iedereen denk. En geloof me of niet. Dit jaar had ik ook voor jou zo’n toepasselijke kaart klaarliggen. Een die ik onlangs al eens had gekocht, maar nog niet geschreven. Met op de voorkant deze leuze: 'De toestand is hopeloos, maar niet ernstig'. Origineel, toch? Alleen is de verrassing er nu helemaal af en bedenk ik me nu dat ik die kaart beter aan iemand anders stuur.

Beste Fnac, sorry voor het misverstand in uw winkel. Het zal ons nooit meer overkomen. PS: spullen die we hebben gekocht aan de rekken in de kassa, mogen die geruild worden?

Voila. En Annemie, voor jou maak ik dan zo’n Diamond Painting kaart. Met van die plastieken pareltjes. Maar dat zal dan misschien pas voor volgend jaar zijn, is dat goed?

Lees ook: