We zijn allemaal een wandelend alcoholslot

11 september 2017
We zijn allemaal een wandelend alcoholslot (Foto ©Jan Nolf)
Neem twee juristen en je krijgt drie verschillende opinies. Dat geldt ook voor magistraten.

Maar de oproep van politierechter Kathleen Stinckens in De Standaard moet daar een uitzondering op worden.

In de strijd tegen alcohol en drugs achter het stuur – en het vluchtmisdrijf dat daar vaak op volgt – moet de pakkans verhogen. Tegelijk kunnen we daar allemaal zelf iets aan doen. Terecht erkende Kathleen Stinckens dat we allemaal wel een feestje gekend hebben waar gezucht werd “hoh, die zou beter niet meer rijden”.

De vraag is wat er er dan aan gedaan hebben ? Keken we gegeneerd of geërgerd weg ? Hebben we de dronkeman (inderdaad vaker een man) aangesproken of aan diens partner een voorzichtige bedenking gemaakt ? Hebben we voor een BOB gezorgd ? Hebben we zelf aangeboden om BOB te spelen ? Of waren we te bang dat onze auto onderweg ondergekotst zou worden ?

Vele jaren geleden was dat laatste mijn grootste zorg want kotsgeur doet me kotsen

Brugse Zot

Ik was nog niet zo lang benoemd met het dubbele petje van vrederechter – politierechter. Het moet in december geweest zijn, toen ik op een donkere winteravond een traag slalommende auto volgde. Tegenliggers flitsten – net als ikzelf - waarschuwend toen hij hen bijna raakte. Zelf kon ik hem ook niet voorbij.

Dat er een ongeval zou volgen was geen risico maar een bijna zekerheid. Wat moest ik doen ? Politie oproepen via de gsm is nu een makkie maar in de tachtiger jaren geen optie. De mobilofoon van mijn advocatentijd had ik sinds mijn benoeming niet meer.

Dat er een ongeval zou volgen was geen risico maar een bijna zekerheid

Toen aan een kruispunt de verkeerslichten op rood stonden bolde de auto uit en stopte. Ik waagde m’n kans, ik spurtte naar de auto voor me om op de ruit van de chauffeurskant te bonzen. De man zat alleen achter het stuur, schuin weggezakt en keek me slaperig en onbegrijpend aan. Pech: de lichten sprongen op groen en hij reed weer traagjes vooruit.

Ik rende terug naar mijn auto en haalde hem deze keer wel onmiddellijk in om vervolgens te vertragen met de vier knipperlichten aan – eigenlijk allemaal verkeersovertredingen (ik tel er al minstens 3 op een rij).

Hij stopte en ik reed nog wat achteruit om hem helemaal knel te zetten.

Deze keer draaide hij zijn ruit open en brabbelde maar wat. Het was niet ver meer naar huis, bracht hij er uit. Geen sprake van, antwoordde ik. En wa go je nu doen was zijn trage wedervraag. Rondom ons was er natuurlijk net nu niemand. Ik kon eigenlijk niets doen behalve wat tijd winnen. En dus deed ik een voorstel: als hij zijn auto daar liet staan, voerde ik hem naar huis want hij wist nog wel de weg.

“En wa go je nu doen” was zijn trage wedervraag

Hij begreep het niet: “wien zie gie da je da doet ?” vroeg hij in het Brugs. Ik verklapte hem mijn beroep maar het verschil tussen politierechter en politie bleef hem ontgaan. Uiteindelijk trok het aanbod hem over de streep en hielp ik hem uit zijn auto. Hem in de mijne hijsen verliep nog wat moeilijker. Tijdens de korte rit bleef hij maar knikkebollend suffen wat het verschil was tussen politie en politierechter. Tot hij inzag dat hij te dronken was om het te snappen en berustend zuchtte: “wien daj ook ziet, je zied e vree vint”.

Die ‘vree vint’ vroeg zich ondertussen af wat zijn ‘hiërarchische oversten’ binnen justitie daarover zou denken als die rare taxiservice bekend zou worden. Het zou zwaaien, wist ik.

Ik bleef vooral hopen dat hij niet zou kotsen want dan was ik zelf meteen gesjeesd. Het lukte. Opgelucht laadde ik hem af aan het huis dat hij aanduidde terwijl hij hoofdschuddend bleef mompelen “je zied e vree vint”.

Ik bleef vooral hopen dat hij niet zou kotsen want dan was ik zelf meteen gesjeesd.

We kunnen dus wel degelijk zelf het verschil maken door voor wandelend alcoholslot te spelen. Die uitdaging zal ons geboden worden op een onverwacht moment en het zal ons helemaal niet goed uit komen. Je kan dan denken dat de dronkenman zijn plan maar moet trekken. Maar je kan ook zelf iets doen en dan ofwel getrakteerd worden op een ondergekotste auto ofwel het grappigste compliment van je leven. Je riskeert ook zelf dikke miserie en geweld. Je kan er vrienden mee verliezen of net tonen dat je een echte vriend bent.

Strafbaar

Er zijn overigens ook omstandigheden waar onze nalatigheid zelfs strafbaar zou zijn.

Niet alleen cafébazen werden al strafrechtelijk veroordeeld voor het serveren van alcohol aan kennelijk al dronken mensen. Ook als privépersoon op je eigen party ben je strafbaar als je een van je gasten dronken voert.

Dat betekent nog niet dat de caféuitbater juridisch mee verantwoordelijk is voor het eventuele ongeval en de schade aan de slachtoffers. Toch kan je mee verantwoordelijk zijn voor wat met je klant of gast zelf gebeurt want wegkijken is ook schuldig verzuim.

De magistratuur getuigt gelukkig ook zelf van ‘voortschrijdend inzicht’.

Vooraleer ik politierechter werd had ik zelf een legendarisch zware voet. Alcohol achter het stuur was echter uitgesloten. Toch heb ik zo vaak het excuus van het ‘sociaal drinken’ horen pleiten. ‘Nee, mijnheer de politierechter, mijn cliënt is niet verslaafd, het was een trouwfeest, een verjaardag, een laatste werkdag, Kerstmis, Nieuwjaar’. Drinken leek lang bijna bij onze ‘normen en waarden’ te horen en wie niet dronk hoorde er niet bij.

‘Nee, mijnheer de politierechter, mijn cliënt is niet verslaafd, het was een trouwfeest, een verjaardag, een laatste werkdag, Kerstmis, Nieuwjaar’

Ook wie als rechter toen streng was, werd door sommige collega’s meewarig aangekeken. Ooit zag ik een rechter een receptie verlaten op handen en voeten. Ik heb hem niet tegengehouden want hij kroop te voet naar huis, drie straten verder.

Nu zetten we de terreurdiensten in rep en roer voor een bebaarde jongeman met draadjes onder zijn jas. Daarvoor zijn we in staat van panische alertheid. We kunnen beter paraat zijn tegen de grootste massamoordenaar van ons land: dronkaards in het verkeer.

 

Jan Nolf is auteur van ‘De kracht van rechtvaardigheid’, verschenen bij Uitgeverij EPO in 2016 en twittert @NolfJan. Hij werkte jaren als vrederechter en politierechter. Voor Radio 1 geeft hij zijn kijk op het reilen en zeilen binnen de wereld van justitie en politie.