"Wees blij met goed genoeg"

27 maart 2019
© VRT
FOBO, fear of better options, is een nieuwe hippe term die op het oude fenomeen 'keuzestress' geplakt werd. Nochtans geeft veel keuze net stress en frustratie. Dat ondervindt psycholoog Leslie Hodge ook in haar praktijk. Mensen die tevreden kunnen zijn met “goed genoeg”, staan blijer en gelukkiger in het leven, schrijft ze in haar column.

Ongelukkig door een oneindigheid aan opties

Voor me zit een jonge vrouw van 26. Ze voelt zich verlamd door de oneindigheid aan mogelijkheden in het leven. Ze werkt al enkele jaren op een advocatenkantoor, maar vindt dat ze niet op haar plaats zit. Zoekt ze een andere baan? Of gaat ze opnieuw studeren? Het is bovendien net uit met haar lief. Stelt ze zich opnieuw open voor een vaste relatie of blijft ze even alleen? Verhuist ze naar de stad of blijft ze op het platteland wonen? “Er zijn zoveel mogelijkheden”, zucht ze.”Ik weet niet wat ik moet doen.” Ze heeft het gevoel dat als ze iets kiest, ze oneindig veel opties verliest.

De vrouw is lang niet de enige die worstelt met de overvloed aan keuzes die we vandaag hebben.


Weg is het keurslijf van vroeger, waar omgeving en familie erg bepalend waren voor je toekomst.

We kunnen zelf onze keuzes maken, maar de keerzijde daarvan is meer onzekerheid en twijfel. Vooral wanneer er belangrijke levenskeuzes gemaakt moeten worden. Die keuzevrijheid zorgt namelijk voor een grotere kans op persoonlijke risico’s. Risico’s waar je nu zélf voor verantwoordelijk bent, want jij hebt zélf de keuze gemaakt én de beslissing genomen.

Veel keuze is goed, lijkt een eerste logische reactie. Maar is dat effectief zo? Onderzoek toont aan dat veel keuze vooral stress en frustratie geeft. Net dat waar de vrouw voor me in de sofa mee worstelt.

In een experiment van de Britse onderzoekers Hafner en White kregen de deelnemers de keuze uit zes verschillende soorten tekenmateriaal. Anderen konden kiezen uit 22 verschillende mogelijkheden. De mensen die slechts uit zes opties konden kiezen, voelden zich achteraf veel meer tevreden met hun keuze. Maar waarom voelden de deelnemers met erg veel opties zich net minder tevreden? Omdat ze achteraf vaker het gevoel ervoeren: “Wat als ik toch voor iets anders was gegaan?”. Deze negatieve impact van te veel keuze noemt men het “extensive choise effect” ofwel het effect van een te uitgebreide keuze.

Na een verkeerde keuze ervaar je zelfs vaker dat gevoel. Dan denk je sneller :“Wat als ik toch die andere optie had genomen?”. Een positieve keuze wil je niet snel ongedaan maken. Maar bij een negatieve beslissing ga je sneller op zoek naar een juiste of beter optie. We onthouden die slechtere keuzes blijkbaar ook veel beter dan die goede. Zo vormt het opnieuw overdenken van je gemaakte keuze zelfs een beschermde factor zodat je in de toekomst niet opnieuw dezelfde “slechte” keuze maakt.

Overvloed maakt het ons dus moeilijk. In de supermarkt kunnen we kiezen tussen tientallen soorten koekjes. Kopen we een nieuwe gsm, komt er een resem toestellen met de meest onwaarschijnlijke snufjes op ons af. Zoeken we een nieuw lief, dan schotelen datingsites honderden potentiële partners voor… Uit al die mogelijkheden moet jij dan de beste keuze maken!

Maar niet alleen de hoeveelheid mogelijkheden zorgt voor stress. Je hebt ook mensen die elke bestaande keuze zo grondig mogelijk willen onderzoeken. Ze kwellen zichzelf met de vraag: ”Misschien bestaat er toch nog iets beter? Een lekkerder pak koekjes of een snellere gsm?” Maar ook op datingsites blijven sommigen eindeloos zoeken en durven ze geen beslissing nemen. Misschien zit er toch nog ergens een mogelijke partner tussen die net iets knapper, grappiger of slimmer is dan de persoon waar ze nu mee afspreken.

FOBO, fear of better options, is een nieuwe hippe term die ze op het oude fenomeen keuzestress hebben geplakt. Het zusje van het bekendere FOMO, fear of missing out, waarbij je zowel in het echte leven als online alles wil zien en overal naartoe wil gaan uit angst om iets te missen.

Amerikaanse econoom en psycholoog Herbert Simon kwam in de vorige eeuw al met een oplossing voor dit probleem. Hij had het in zijn theorie over maximisers, dat zijn perfectionisten die elke mogelijke optie willen overlopen. Ze willen van elke beslissing die ze nemen dat het de best mogelijke ooit is. Daarnaast heb je de satisficers, mensen die een aantal criteria opstellen die voor hen belangrijk zijn en op basis daarvan een aanvaardbare keuze maken. Ze nemen zo een beslissing waar ze tevreden mee kunnen zijn. En stoppen geen energie in de veronderstelling dat er ergens op deze planeet aarde toch nog een betere optie zou bestaan. Volgens de Nobelprijswinnaar is deze laatste de beste strategie.

Ook andere wetenschappers gaan voor een gelijkaardige oplossing: “Wees blij met goed genoeg”. In plaats van eindeloos energie te besteden aan het zoeken naar perfectie die niet bestaat. Mensen die tevreden kunnen zijn met “goed genoeg”, staan blijer en gelukkiger in het leven. Met andere woorden zijn chocolade en sinaasappel jouw belangrijkste criteria voor koekjes, koop dan een pak Pim’s. Laat je je gsm tig keer vallen, ga dan voor dat onbreekbaar exemplaar. Vind je humor en intelligentie belangrijk, date dan die grappige knappe kop zelfs al heeft die niet een perfecte sixpack. Ook de jonge vrouw voor me gaat criteria opstellen over wat zij belangrijk vindt in het leven qua liefde, werk en woonst. Simon verwoordde het tijdens zijn ontvangstspeech van de Nobelprijs in deze doordenker: “Ga voor de meest optimale keuze in een erg eenvoudige wereld of neem een beslissing die voldoende is in een realistische wereld.”

Leslie Hodge is klinisch psycholoog en journalist, ze heeft een praktijk Strong Mind in Antwerpen en is auteur van het boek ‘Verborgen Kopzorgen’. Ze is een van de vaste columnisten voor radio1.be

Lees ook: