Weg kwijt? Gebruik je hippocampus!

24 juni 2011

Zullen we de klassieker 'er zijn twee soorten mensen' nog eens bovenhalen? In dit geval betreft het mensen die feilloos hun weg terugvinden - ook als ze ergens nog maar een keer geweest zijn, en mensen die zelfs in hun eigen tuin het spoor bijster raken. Padvinders en dwalers, quoi.

Een studie van de Nederlandse hersenonderzoeker Joost Wegman toont aan dat mensen die zich goed kunnen oriënteren een ander brein hebben dan mensen die slecht de weg vinden.

Middels een virtuele navigatietaak en een fMRI-scanner waarbij de hersenactiviteit en ook de oogbewegingen nauwkeurig werden geregistreerd kon hij precies zien welke hersenactiviteit te maken had met het bekijken en onthouden van voorwerpen langs de route. Ook bestudeerde hij hoe de hersenen de informatie over de route in een rustperiode ná de taak verwerken in het geheugen.

Wat blijkt? In de hersenen van mensen met een goed richtingsgevoel ontstaat vooral communicatie met de hippocampus, zeg maar de cognitieve kaart waar onze interne plattegrond ligt opgeslagen. Bij slechte navigators was er meer communicatie met een gebied dat betrokken is bij het leren van vaste reacties.

Het lijkt er dus op dat de hersenen van 'padvinders' die rare boom of dat standbeeld op de rotonde letterlijk op hun cognitieve kaart zetten, terwijl de hersenen van verdwalers alleen onthouden welke afslag ze moeten nemen wanneer ze die boom of standbeeld tegenkomen.

De vraag is natuurlijk of we onze inwendige GPS kunnen trainen. Kan een verdwaler die goed oefent een padvinder worden?

Radio 1 Select