"Weinig brengt me zo dicht bij kokhalzen als volwassenen die tegen kinderen praten alsof het debiele teletubbies zijn"

28 mei 2021
Sommige mensen hebben de neiging om tegen kinderen te praten in een stem die drie octaven hoger ligt. Maar wie dat in de buurt van Bas Birker doet, mag zich aan sterke frustraties verwachten. Bas doet het bij zijn dochter namelijk anders. Al loopt dat ten huize Birker ook niet ideaal.

Liefste landgenoten,

‘Wat eet de kleine spruit? Eet’ie druifjes? Het kleine spruittiewuittie eet lekkere druiffiewuiffies hè. Lekker smulliewullie!’ Er zijn weinig auditieve zaken die me zo dicht bij kokhalzen brengen als volwassenen die tegen kinderen praten alsof het debiele teletubbies zijn.

Alleen dat stemmetje al. ‘Drie octaafjes omhoog en dan onnatuurlijk articuleren. Ja, Kenny, ar-ti-cu-le-ren. Dat betekent dui-de-lijk pra-ten. Maar jij kunt niet praten hè, want je bent drie en je hebt nog nooit iemand normaal horen spreken. Hè Kenny? Drink je Monster Energy maar op. Dan word je een flinke jongen.’

Er is vast geen wetenschappelijk bewijs voor, maar voor kinderen tegen wie teletubbietaal gesproken wordt is het hoogst haalbare in het leven minister van volksgezondheid. ‘We willen allemaal naar een kerstmarkt hè. Lekker eten en drinken, maar dat kunnen we niet doen he. Dan krijgen we allemaal Corona-de-pona’. In het ouderlijk spectrum zit ik exact tegenover de ouders van Frankie-jankie. Misschien ben ik zelfs een beetje doorgeslagen.

Toen wij ons kind kregen, maakte het mij niet uit of het gezond zou zijn. Als het maar een grappig en taalvaardig meisje werd. En dus behandel ik haar al zeven jaar als een volwassene met een lengtebeperking. Ik leerde haar sarcasme, cynisme en ironie. Ze kijkt mee naar het grote mensen journaal en als er vragen zijn, dan hoor ik het wel.

‘Papa, hoe lang zit die man al in het bos?’ ‘Een week.’ ‘Amai, dat is een lange wandeling. Hij zou er beter een huisje kopen.’

Wat je erin stopt, komt er weer uit. Zodra je doorhebt hoe je kind van binnen werkt, kun je ervan maken wat je wil. Een beetje zoals een land, maar dan met een betrókken bestuur. Het enige probleem met die kijk op opvoeden is dat het voortdurend in je gezicht ontploft. Wanneer ik word rondgecommandeerd door mevrouwtje de obersturmbannführer en zeg dat ik helemaal niks moet, zegt zij, ‘jawel, je moet de hypotheek betalen. Twee zelfs.’

We liepen in Zoutelande naar de winkel. ‘Kijk papa, die mensen hebben een nieuwe vijver!’, merkte ze op. ‘Maar wel een hele kleine.’ ‘Dat klopt. Dat is een vierer. Net iets kleiner dan een vijver. Als ie wat groter was geweest, dan was het een zesser,’ zei ik, een oud-Brabants grapje recyclerend. ‘En hoe heet dan een hele grote vijver?’, vroeg dochterlief, met een kleine grijns op haar gezicht. Ik wees met mijn duim over mijn schouder richting de zee. ‘Een achter natuurlijk’, zei ik trots. Nanou Birker schudde haar hoofd. ‘Nee, papa. Een hele grote vijver is een meer.’

Uitgeluld. Hoog tijd dat de theaters weer openen. Ik heb nood aan een publiek dat zwijgt.

Beluister het middagjournaal van Bas Birker:

Lees ook: