"Wereldalzheimerdag is voorbij. Alzheimer nog niet"

29 september 2017
Het is een traditie van justitiewatcher Jan Nolf dat hij Wereldalzheimerdag ‘vergeet’ (en dat is geen Alzheimergrapje). Een prachtig eerbetoon aan zijn schoonvader.

Het is een vreselijke ziekte en steeds meer mensen worden er door getroffen. Het treft iedereen, ongeacht rang of stand en niet eens allemaal oud. Iets ongrijpbaars bijna.

Wereldalzheimerdag is geen dag om te vieren maar om na te denken, te koesteren en dat kunnen we iedere dag. Voor wie met Alzheimer geconfronteerd wordt is het een dag zoals de andere dagen van het jaar ‘tot de dood ons scheidt’. Iedere dag is voor de Alzheimer-patiënt een ‘nieuwe dag’, maar ook een test voor zijn of haar omgeving. Iedere dag is een nieuwe uitdaging om er mee om te gaan. De dagen worden iedere dag kostbaarder.

Zelfs als onze eigen dagen in sterfelijkheid al altijd geteld zijn, beleefden we ze in de zomer van 2008 met meer schroom en zelfs meer intens: net omwille van Alzheimer.

Voor ons gezin valt Alzheimerdag op 15 augustus. Die nacht in 2008 overleed bij ons thuis onze laatste opa, de vader van de vriendin van m’n leven, de grootvader van onze twee oogappels.

Bijna twee maanden lang was de bibliotheek in ons nagelnieuw bijgebouw omgevormd als ziekenboeg. De diagnose was en een tijd lang gesteld maar toch was opa zelfstandig blijven wonen in zijn appartement. Tot een val, uitgerekend op Vaderdag. Het ziekenhuis, uit zijn vertrouwde milieu gerukt, kon hij niet aan.

Zijn verwarring was ondraaglijk, voor hem en voor ons. Met instemming van de geriater namen we hem bij ons op en zonder het opa te verklappen moest dat een stille overgang naar een rusthuis worden. Zover kwam het niet.

Eerst fleurde hij zienderogen op. Enthousiast monsterde hij zijn nieuw verblijf. Raar genoeg was dat de ruimte die we als onze eigen toekomstige ‘kangoeroewoning’ trappenloos ingericht hadden met ook een douche waar een rolstoel in kon draaien. Het voelde plots heel bijzonder aan: alsof we nu onverwacht zelf op proef draaiden voor later. Onze denkoefening werd zijn realiteit, maar daardoor kwam onze beurt indringend naderbij.

Op de verjaardag van zijn dochter speelde hij nog ‘Happy Birthday’ op zijn elektrisch harmonium en daarna ging hij nog over op jazz. De Germaanse taalpurist was ook een beetje muzikant: in de mess van de officieren had hij in Ierland van zijn dienstplicht genoten, na de vlucht door Frankrijk en de oorlog.

In zijn laatste jaren herschreef hij dagboeken vol en daardoor leek het vaak alsof enkel het verleden overbleef. Maar dàt is nu net hoe we mensen met Alzheimer onderschatten.

Toen de dagen stiller werden en zijn glimlach trager kwam, leek hij immers een generatie over te slaan. Het waren zijn kleinkinderen die de lichtjes in zijn ogen bleven oplichten, zijn armen deden openzwaaien. Toen hij niet meer wist wat slikken was, toen een lepeltje voeding een pipetje werd, toen hij niet meer wist wat dag of nacht was, en ons 24 uur op 24 op de been hield, flakkerde zijn aandacht altijd op voor hen. Het was duidelijk: onze kinderen aanzag hij als zijn hoop, zijn nieuwe toekomst.

Die intensiteit van zijn laatste maanden hebben me ondersteboven gekieperd. Alzheimer was me nochtans heel goed bekend.

Mijn wekelijkse ziekenhuisbezoeken bij bewindvoering – soms maar enkele uren voor het overlijden - kropen onder de toga en de huid van de vrederechter. Ik denk nog vaak aan die dame die me met haar advocaat opzocht en zei: ‘meneer de vrederechter, ik heb een klare dag. Ik wil dat u iets voor me noteert’. Kort daarna bleek dat nipt op tijd. Tijd: daar gaat het om.

Alzheimer is een uurwerk dat versnelt. Het is dan aan ons om de tijd palliatief te vertragen door tederheid en intensiteit. De langzame stervensbegeleiding van ons gezin voor opa opende mijn ogen voor zijn leven, zijn energie en zijn vreugde. Het leek wel alsof hij ons plagerig wou testen en uitputten. Hij gaf zich zomaar niet gewonnen. En toen midden die nacht de laatste ademnood kwam, wist hij dat hij niet alleen was. Dat troostte niet alleen hem maar ook ons.

Alzheimer is een containerbegrip. Laat er niemand in opgesloten worden.

Het is een verraderlijk proces dat plots overvalt. Maar in tegenstelling tot de plotse dood biedt het ook kansen voor een afscheid. Een afscheid om niet alleen letterlijk met beide handen aan te grijpen.

Jan Nolf is ere-vrederechter en justitiewatcher. Hij is één van de vaste columnisten voor radio1.be.