"Wie zorgt voor de zorgers als dit allemaal voorbij is?"

29 maart 2020
Geen twijfel mogelijk wie de helden van de week zijn, vindt onze columniste Bieke Purnelle. Het zijn de rekkenvullers, de verplegers, de vuilnisophalers, en zoveel anderen die hun thuis moeten missen om de boel draaiende te houden nu corona ons land in de greep heeft. "Wat doen de supermarkten met de winst die ze boeken deze weken?" vraagt Purnelle zich af. Zorgt iemand na deze crisis ook voor de zorgers?

In tijden van crisis wordt iedereen gelijk, hoorde ik afgelopen week iemand zeggen. Ik zweeg en dacht er het mijne van. Ik dacht aan jullie, rekkenvullers, verpleegkundigen, vuilnisophalers, magazijniers, kassabedienden, arbeiders, schoonmaakhulpen, zorgenden, noodopvangers, straatdokters en zoveel anderen.

Terwijl wij ons afvragen waarmee we de koters kunnen afleiden, stapelen jullie overuren op elkaar als wiebelende Jengablokjes

Terwijl velen van ons zuchtend en knarsetandend de thuisklas, de digitale werkplek en het huishouden runnen, in de illusie dat dat mogelijk is, is thuis voor jullie momenteel vooral een verlangen.
Terwijl wij ons afvragen waarmee we de koters kunnen afleiden, stapelen jullie overuren op elkaar als wiebelende Jengablokjes.

Terwijl wij ons vol weerzin buigen over staartdelingen en stambreuken, waar we stiekem zelf niets van snappen, stellen jullie triagetenten op. Jullie organiseren noodopvang, vullen eindeloze rijen rekken met levensnoodzakelijke goederen, halen onze bergen vuilnis op, scannen de inhoud van onze voorzienige winkelkarren. Jullie zorgen voor degenen waar anders niemand voor zorgt.

We doen alsof we niet bang zijn, maar slapen slecht

Natuurlijk doen wij ons best. We zorgen voor elkaar en voor de kinderen. We doen er drie keer zolang over om boodschappen te doen, maar zagen daar niet over. We zetten soep en verse groenten aan elkaars deur. We stikken mondmaskers. We stoppen briefjes in brievenbussen van oudere mensen met de vraag of ze hulp nodig hebben.

We doen alsof we niet bang zijn, maar slapen slecht. We zijn ons inkomen kwijt. We missen onze familie, onze vrienden, ons lief. Jullie hebben geen tijd om te missen, want er is zoveel te doen, er valt zoveel te organiseren.

Ik zie jullie bezig en vraag me af wie voor jullie kinderen zorgt, wie jullie boodschappen doet? Ik vraag me af wat er gebeurt met de berg winst die supermarkten de afgelopen weken binnnenrijfden. Ik wil weten hoe wij gaan zorgen voor de zorgers. Ik ben benieuwd of we geleerd hebben wie we het hardst nodig hebben.

De poetsvrouwen, die net nog smeekten om een belachelijke 0,8 % opslag, moeten de hand weer aan de stofzuiger slaan

Twee weken nadat wij met aandrang werden aangemaand in ons kot te blijven, terwijl de grootste ellende nog moet komen, hoor ik economen en politici al sputteren. Over crashende beurzen, economische rampspoed, en ontoereikende budgetten.

Over wie er allemaal als de gesmeerde bliksem weer aan de slag moet, virus of niet, want al dat gelanterfant brengt geen stuiver op. Over het inkorten van de zomervakantie, want onze thuiszittende kinderen worden dommer met de dag. De poetsvrouwen, die net nog smeekten om een belachelijke 0,8 % opslag, moeten de hand weer aan de stofzuiger slaan voor het stof ons de adem beneemt.

Ik vond de oorlogsvergelijkingen wat overspannen, maar als we dan toch in oorlog zijn, dan zijn jullie het kanonnenvlees, de frontsoldaten op het strand van Normandië. Alleen zijn jullie ongewapend.

“Zal ons leven er anders uitzien na corona?”, vragen denkers, sociologen en filosofen zich af. Ik hoop vurig van wel. Tenminste als we met “anders” “beter” bedoelen, beter voor jullie, zonder wie we reddeloos verloren zijn.

Lees ook:

Radio 1 Select