Wij, de mens

13 oktober 2018
De Floresmens is een probleem. Vijftien jaar geleden werden op het Indonesische eiland Flores een schedel en botten gevonden van een hobbit-achtig minivrouwtje. Een uitgestorven mensensoort die tussen de 12.000 jaar en 39.000 jaar geleden leefde. Een meter hoog, schedelinhoud een kleine 400 milliliter, dat is net zo veel/weinig als een chimpansee.

Hét grote probleem is dat het hobbitvrouwtje van Flores niet past in de stamboom van de mensheid zoals paleo-antropologen die bij elkaar hadden gepuzzeld. Je kan de paleo-antropologen ruwweg indelen in twee groepen: zij die geloven dat de botten op Flores niet wijzen op een aparte mensensoort, maar afkomstig zijn van de primitieve mensensoort Homo erectus. Die zijn op het eiland terecht gekomen, en in de loop van de eeuwen is hun herseninhoud gekrompen. Noem het devolutie, achteruitgang.

Aan de andere kant staat een groep wetenschappers die ervan overtuigd is dat op Flores een aparte mensensoort heeft geleefd: de Homo floresiensis, een volwaardige tak van de menselijke evolutionaire stamboom. 

Je zou kunnen beweren dat Wij, de mens, het nieuwe boek van Frank Westerman, daar over gaat. Maar dan doe je Frank Westerman onrecht. Het boek gaat over veel meer. Wij, de mens is zijn meest ambitieuze boek, want het probeert antwoord te vinden op de vraag wie wij zijn. De mens, wat is dat eigenlijk. En waarom zien wij onszelf als de maat der dingen.

Wij, de mens gaat ook over hoe wetenschap werkt. Botten en schedels zijn hard feitenmateriaal, maar de verbanden die wetenschappers er tussen leggen, de chronologie, de migratiestromen, de levenswijze, het karakter van onze evolutionaire voorouders, daarover bestaan enkel hypotheses. Elke nieuwe archeologische vondst verplicht ons het verhaal te herschrijven, in het volle besef dat het volgende maand, volgend jaar of volgende eeuw achterhaald zal zijn.

En wanneer kennen we het definitieve verhaal, Frank? Nooit, vrienden. Nooit.