"Wij waren de clandestienen. De pioniers"

14 januari 2017
De homobeweging viert feest vandaag. 40 jaar geleden werd de eerste koepelorganisatie opgericht, die streed voor de rechten van holebi's (al heetten ze toen nog homofielen). De Belgische overheid was de eerste die holebi's daarin ondersteunde met subsidies. Twee pioniers blikken terug op de afgelegde weg: Ludo Smits, die er van in het begin bij was, en Corinne Van Tongerloo. Als een van de eerste transgenders in ons land moest zij helemaal alleen haar weg banen.

Ludo Smits stond aan de wieg van het FWH, de Federatie van Werkgroepen Homofilie. Hij belandde in de jaren '70 in Antwerpen, nadat zijn vader hem thuis in Limburg de deur gewezen had (later kwam het gelukkig weer goed). Rika De Backer, een CVP-politica, maakte halfweg de jaren '70 800.000 frank vrij voor de oprichting van een koepelorganisatie voor homo’s en lesbiennes. Op dat ogenblik waren er enkele splintergroepjes, die moesten verplicht fusioneren.

België was het eerste land, nog voor Nederland, dat subsidies gaf voor homo-emancipatie.

Homo-emancipatie, dat betekende in de eerste plaats heel veel opvang, onthaal van mensen die even de richting kwijt waren. Maar we moesten ook nog bekend maken wat homoseksualiteit eigenlijk wàs en misverstanden uit de weg te helpen. Ook heel belangrijk was het wegwerken van aantal zeer zware discriminaties. In Antwerpen bijvoorbeeld was er in die tijd een speciale dienst bij de politie die niks anders moest doen dan homo’s en lesbo’s registreren. Ze gingen daarvoor speuren in seksbioscoopjes en parken, wat toen de ontmoetingsplaatsen voor gays waren. En er was het fameuze artikel 372bis in de wet: dat artikel verbood homoseksuele contacten onder de 18, terwijl die leeftijd voor hetero’s op 16 lag. Gewoon door de maatschappij laten accepteren: wat is homoseksualiteit, wat is een lesbienne,… dat was toen onze grootste taak, vertelt Ludo.

In die 40 jaar is er veel gebeurd. Een mijlpaal in negatieve zin was de aidsepidemie, die gezien werd als 'de homoziekte'. Dat betekende een flinke stap terug.

Een hoogtepunt was dan weer het homohuwelijk: homo's konden trouwen in België, als tweede land in de wereld. Dat hadden we nooit durven dromen in 1974.

Tegenwoordig hebben we het goed. Homoseksualiteit wordt geaccepteerd, niemand kijkt er nog van op. Maar het is toch belangrijk dat er een waakhond blijft als çavaria, die de maatschappij in de gaten houdt en die zo nodig kan bijsturen. 

 

In het begin was er vooral aandacht voor de rechten van homo's en lesbiennes. Pas later kwamen ook transgenders mee aan boord. Die groep moest het nog veel langer stellen zonder steun. Dat vertelt Corinne Van Tongerloo, één van de allereerste transgenders in ons land. 

Toen ik tien was, zei mijn vader tegen mij: “Jongen, je hebt een heel vrouwelijke kant en daar moet je tegen vechten. Want anders ga je heel je leven ongelukkig zijn. De mensen spuwen in je gezicht.” En ik héb ertegen gevochten, hoor.

Rond haar 18de dacht ze even dat ze homo was. Maar via het ballet kwam ze in de travestiewereld terecht, en daar ontdekte ze de waarheid: "Ik wou eigenlijk een meisje zijn." In 1963 begon ze met hormonen. Die kon je krijgen bij een apotheker in Berlijn. Ze deed dat in haar eentje, met alle risico’s van dien, maar het was verboden, dus je moest oppassen wat je deed. "Ik kon niet naar een dokter, die zou me hebben laten opsluiten." Zelfs voor het dragen van vrouwenkleren heeft ze ooit eens een flinke boete gekregen, vertelt Corinne. Het was een heel eenzaam bestaan, sommigen pleegde zelfmoord.

Wij hadden geen echte transgenderbeweging, wij waren een soort familie. Wij waren ‘de hormonenmeisjes’, en van elkaar kwamen we alle geheimen te weten. 

Uiteindelijk liet ze zich opereren in Casablanca, door de enige dokter ter wereld die geslachtsoperaties deed. Na haar operatie trok ze zich terug uit het nachtleven, ze wilde het verleden achter zich laten en haar nieuwe leven zo discreet mogelijk leven. Sommige van haar neven en nichten wisten zelfs niet dat ze ooit een man was geweest. 

Corinne is ontzettend blij dat transgenders het tegenwoordig makkelijker hebben. 

Ik zit soms te wenen voor de televisie als ik iets zie over transgenders: een jong kind dat in een jurkje naar school mag. En die ouders zijn zo lief. Ik ben nu 80 jaar en ik denk: Oh godzijdank, ze hebben het niet zo moeilijk als ik. Daar ben ik heel, heel dankbaar voor.

corinne van tongerloo