Willen veiligheidsdiensten wel samenwerken?

24 november 2015
Salah Abdeslam werd in België door de inlichtingendiensten in de gaten gehouden. Toch kon hij in de ochtend na de aanslagen in Parijs gewoon doorrijden bij een politiecontrole. Een bijzonder pijnlijke illustratie van de het gebrek aan samenwerking tussen de Europse inlichtingendiensten.
 
 
Of is het onwil om - in het belang van de staatsveiligheid - informatie uit te wisselen? 
 
Na de aanslagen in Parijs hebben de Europese ministers van Buitenlandse zaken en Justitie een aantal veiligheidsmaatregelen genomen. De controles aan de Europese buitengrenzen worden opgevoerd, burgers worden strenger gecontroleerd en tegen 1 januari komt er een Europees Centrum voor contraterrorisme. Vertegenwoordigers van de lidstaten zullen informatie inbrengen en aan hun eigen inlichtingendienst rapporteren.
 
Maar zit 'samenwerken' en 'uitwisselen' wel in het DNA van geheime diensten? Jelle Van Buuren werkt voor 'Centre for Terrorisme and Counterterrorisme van Universiteit Leiden'.
 
Hij zegt dat de ontsnapping van Abdeslam aan informatie-uitwisseling kan liggen. Het is mogelijk dat de informatie niet, of te laat doorgegeven werd naar het Schengeninformatiesysteem. Het iets niet duidelijk of Abdeslam wel in het systeem geseind was.
 
 
Van Buuren denkt niet dat er snel meer samenwerking zal komen. Dat vraagt een verdere mate van politieke integratie dan wat we nu kennen. Positief is wel dat er veel geleerd wordt uit terreursituaties, en dat dit het systeem enkel maar ten goede kan komen. 
 
 
Herbeluister het interview met Jelle Van Buuren: