Elvis Costello - Look now

15 oktober 2018
Eigenlijk moeten we zeggen: Elvis Costello & the Imposters. Want ook al is er weinig verschil tussen The Imposters en zijn oerband The Attractions, hun aanwezigheid is wel essentieel. Zij bepalen de klank van het album.

Oudgedienden Steve Nieve op toetsen en Pete Thomas op drums zitten al sinds mensenheugnis in zowel The Attractions als The Imposters, de twee bands waar Elvis Costello mee werkt. In feite is het enige verschil de bassist: bij The Attractions is dat Bruce Thomas, broer van de drummer, bij The Imposters is dat Davey Faragher, ooit bij Cracker en John Hiatt en sinds 2001 bij Costello. 

Laat die Imposters nu bijzonder goed op dreef zijn op 'Look now'. In die mate zelfs dat de baas zelf opvallend onopvallend is op gitaar. "Wanneer Pete en Davey in bloedvorm zijn, kan ik met mijn Telecaster beter uit de weg blijven," zegt Costello daar zelf over. "Ik had de orchestratie en de stempartijen vooraf precies in mijn hoofd," zegt hij nog, "dus het was essentieel dat ik nauw samenwerkte met Steve Nieve om hem de ruimte te laten en te laten schijnen." Slotsom: 'Look now' klinkt bijzonder rijkelijk als een groepsgebeuren, met vrije toetspartijen en nog rijkere strijkersarrangementen of koperblazers.

Zeer opvallend ook: de plaat wisselt, letterlijk nummer per nummer, in tempo. Uptempo opener Under lime (wat een nummer trouwens!), wordt gevold door de ballad Don't look now, Burnt sugar is so bitter is weer up, Stripping paper opnieuw een ballad en zo de hele plaat lang! Het wordt op den duur wat voorspelbaar en het blijft niet de hele tijd even boeiend, maar tegelijk schittert Costello in beide extremen, het lijkt alsof zijn stem nóg krachtiger en flexibeler is dan vroeger. En hij is en blijft uiteraard een uitstekend songschrijver, die intussen gewoon tussen de Groten der Aarde kan gaan staan. Wat hier ook letterlijk gebeurt. Burnt sugar is so bitter schref hij samen met Carole King, Burt Bacharach leverde zelfs drie nummers, én speelt twee ervan op piano.

'Look now' (zijn eerste plaat in 10 jaar, die met The Roots niet meegeteld) is een lel van een album, met meer hoogtepunten op één plaat, dan mindere (maar meer geprezen) goden in een leven bijeen krijgen. Eén minpuntje. Wie de deluxeversie koopt krijgt 4 bonus tracks, en laat één daarvan, Adieu Paris (L'envie des étoiles), nu net een van de sterkste nummers van de hele collectie zijn. Het had dus beter bij de selectie van 12 gezeten op de zgn. gewone versie. Alleen al omdat Costello in een zeer ontwapenend Frans zingt. En omdat hij met deze lel van een plaat zijn overwonnen kanker een hak zet.