Elvis Costello - Hey Clockface

9 november 2020
Elvis Costello is een van de belangrijkste muzikale duizendpoten die deze wereld rijk is. De iconische songwriter heeft talloze hits op zijn naam, werkte samen met onder andere The Roots, Allan Toussaint en Burt Bacharach, en componeerde zelfs voor het Londen Symphony Orchestra. Daar bovenop wist hij zijn hele carrière lang fris te blijven qua sound. Dat zijn muziek anno 2020 nog steeds relevant is, bewijst hij alweer op 'Hey clockface', zijn 31ste (!) studioalbum.

Elvis Costello staat al decennia bekend voor 2 soorten nummers: enerzijds toegankelijke en tijdloze rock- en popnummers, anderszijds meeslepende ballades, die perfect zouden thuishoren in 'The Great American Songbook'. Deze twee kanten van Costello zijn op 'Hey clockface' opnieuw talrijk aanwezig, maar toch lukt het de 66-jarige zanger om soms verrassend uit de hoek te komen.

De rode draad op 'Hey clockface' is het genadeloze verloop van de tijd. Hij verhaalt doorheen het album meerdere memoires, die hij met de nodige smart achter zich laat liggen. Lyrisch blijft zijn talent steeds stand houden. Op de experimentele opener Revolution #49 brengt hij ons zelfs een gesproken gedicht, vergezeld door een dreunende basnoot en geïmproviseerde Arabische toonladders. Deze formule gebruikt hij op het einde nog eens, op het sombere Radio is rverything.

Costello baant zich op 14 nummers een weg doorheen een spectrum aan stijlen. Van het jazzy I can't say her name en I do (Zula's song) tot het speelse Hey clockface / How can you face me? , brengt Costello een korte bloemlezing van zijn muzikaal en vocaal talent. Hij is niet bang om te tonen dat zijn stem niet meer zo glad is als vroeger, maar weet er op meesterlijke wijze mee om te gaan. Hij haalt uit en duwt zichzelf vocaal tot het uiterste, zonder ooit de grens van zijn eigen kunnen te overschrijden.

De directe, opzwepende No flag en Hetty 'O Hara confidential tonen dat de rock in Costello nog lang niet weg is. Scheurende gitaren en dreunende bas domineren het explosieve No flag, een nummer dat rechtstreeks van een St. Vincent-album zou kunnen komen. Zowel muzikaal als productioneel klinkt het album redelijk eclectisch. Dit is te wijten aan de twee verschillende studio's en bezettingen waarmee Costello heeft opgenomen. In Helsinki heeft hij zich helemaal laten gaan en heeft hij bijna alles zelf ingespeeld. In Parijs werd hij vergezeld door een jazzband, waardoor er op veel nummers improvisatie te horen is. Door de twee studiosessies samen op één album te zetten, en geregeld af te wisselen in de tracklisting, zorgt Costello dat we ons op 'Hey clockface' geen seconde vervelen.