St. Vincent - Daddy's Home

17 mei 2021
Op een dikke tien jaar heeft St. Vincent, Annie Clark voor de vrienden, zich opgewerkt van bandlid bij Sufjan Stevens tot een Grammywinnares. Gewapend met een gitaar en vooral een fikse dosis onbegrensde artistieke creativiteit. Sinds het succes van ‘Masseduction’ in 2017 bleef het nochtans redelijk stil rond de Amerikaanse. Ze hield zich meer bezig achter de schermen, o. m. met het producen van bevriende artiesten. Maar met ‘Daddy’s home’ staat ze er weer helemaal.

Eén ding is meteen duidelijk: St. Vincent lijkt haar gitaar gedeeltelijk aan de haak te hebben gehangen. Een echte verassing is dat echter niet, aangezien ze ons al enige tijd daarop had voorbereid. Zo herwerkte ze ‘Masseduction’ tot een pianoalbum, had ze een hand in de productie van Julia Stones haar recente popplaat en dook ze in de studio met Gorillaz voor Chalk tablet towers. Annie Clark is dus gebeten door de popmicrobe, dus waarom niet haar herkenbare sound overgieten met een popsausje?

Het is dan ook geen verrassing dat St. Vincent opnieuw de hulp inriep van Jack Antonoff (huisproducer van popsterren als Taylor Swift, Lana Del Rey en Lorde). Een samenwerking die op ‘Masseduction’ al bijzonder lekkere vruchten afwierp. Zo futuristisch de chemie vorige keer uitpakte, zo vintage klinkt St. Vincent op haar nieuwste creatie.

Met Pay your way in pain wordt meteen duidelijk waarom we terug in de tijd worden gezogen. Omringd door een bos van synths, bassen en elektronische effectjes toont Clark wat ons te wachten staat. Geen basic popmuziek, maar een minder toegankelijke, gesofisticeerdere vorm die we nog niet vaak hoorden. Een popvorm waarbij de vibe naar eigen zeggen bijzonder belangrijk is, waardoor je ‘Daddy’s home’ eerder in z’n geheel moet luisteren en de nummers op zich er minder uitspringen.

Het gesofisticeerde uit zich vooral in de manier waarop Clark heel wat verschillende invloeden in de mixer gooit en er dan nog eens in slaagt om de cocktail niet overrompelend te laten smaken. In Daddy’s home hoor je bijvoorbeeld flarden van soul en jazz, terwijl het er in Down and out downtown eerder symfonisch aan toe gaat. Geen grootse meezingers dus, maar het zit wel allemaal goed in elkaar, met als toppunt Down. Daar gaat het er al iets actiever aan toe, maar het nummer valt vooral op dankzij de vele verschillende sounds die St. Vincent op een hoop gooit en er nog een smakelijk eindresultaat van maakt ook.

Het zit ‘m dus vooral in de flow, maar de Amerikaanse moet daardoor wel oppassen dat ze ons niet in slaap wiegt. Gelukkig weet ze altijd een leuke twist aan de nummers te geven, zodat ze niet gaan vervelen. In Live in the dream is dat bijvoorbeeld een eclectische gitaarsolo, terwijl in The laughing man de bassen de show stelen. Als we dan door het eigenzinnige The melting of the sun gehuppeld zijn, klaart de trage hemel plots wat meer op.

In Somebody like me zweven de wolken vrolijk voorbij, terwijl in …At the holiday party de blazers een groots, typisch St. Vincent-einde inzetten. Op die manier lijkt ‘Daddy’s home’ dus traag maar gestaag open te bloeien in een interessante en zeer degelijke plaat. Annie Clark heeft haar toekomstgerichte gitaarsound dus even (?) de rug toegekeerd en gaat op haar nieuwste creatie vol voor een vintage popgeluid. Een plekje in de rij van popsterren à la Dua Lipa en Taylor Swift levert het haar niet op, maar zonder haar eigenheid te verloochenen heeft St. Vincent zichzelf toch weer opnieuw uitgevonden.