Windmolens: dan toch niet goed voor de natuur?

9 november 2018
Windmolenparken zijn goed voor het milieu. Uiteraard. Geen fijn stof, geen CO2 in de lucht. Maar nieuw onderzoek toont aan dat ze een sterke invloed hebben op hun omgeving.

Een grote studie toont aan dat windmolenparken een sterke impact hebben op bepaalde diersoorten. “Dat windmolens dodelijk zijn voor vogels die er tegen vliegen, is evident en wisten we al”, vertelt bioloog Hans Van Dyck. “Maar de een zijn dood is de ander zijn brood. Sommige roofvogels, zoals de buizerd of de havik, gaan windmolenparken mijden, en dat is dan weer een goede zaak voor hun prooien. In het geval van de studie de hagedis.”
“Die hagedissen krijgen minder stresshormonen, omdat ze minder belaagd worden door natuurlijke vijanden”, gaat Van Dyck verder. “Ze worden kalmer.”

Drastische veranderingen in de natuur hebben verstrekkende gevolgen

Maar de natuur blijft een complex gegeven: aangezien er minder roofdieren zijn, groeit de populatie hagedissen natuurlijk veel sneller. En dus krijgen die op hun beurt te maken met grotere onderlinge concurrentie. Van Dyck: “Het resultaat is dat ze in slechtere leefomstandigheden leven, hun lichaamsconditie neemt bijvoorbeeld af. We zien het ook aan hun prachtige waaiers: de kleuren daarvan worden minder fel.”

Domino-effect

Maar de veranderingen werken nog dieper door in het ecosysteem. “Die hagedissen eten op hun beurt ook meer kleine insecten. En zo gaat dat door. De les hieruit is dat, als mensen drastische veranderingen aanbrengen in de natuurlijke omgeving, er verregaande gevolgen zijn op fauna en flora. Het is een domino-effect.”

Herbeluister het gesprek met Van Dyck 

Lees ook