"Wiskundig talent heeft niets met intelligentie te maken"

1 maart 2016
Ivan Sonck heeft altijd al talent gehad voor wiskunde. Vraag hem om een som of vermenigvuldiging te doen en meestal lukt het hem zonder hulpmiddel. Maar hoe komt het eigenlijk dat de één dat beter kan dan de ander?

Ivan Sonck brengt in De Bende een aantal mooie verhalen als nieuwsgast. Hij stelde ook een vraag over... hoofdrekenen. Ivan had altijd al talent voor het meest gehate vak in de middelbare school en er viel hem iets op bij zijn leraar wiskunde (die later ook prof aan de universiteit werd). Als je hem vroeg hoeveel pakweg 7 maal 8 is, moest hij daar toch even over nadenken, terwijl Ivan dat nooit moest doen.

Heeft wiskunde met intelligentie te maken of is het eerder een kronkel in je brein?

We vragen het aan neuropsychiater Theo Compernolle. Volgens hem is het uitgangspunt verkeerd: iets als algemene intelligentie bestaat niet. Intelligentie is eerder een verzameling van allerlei competenties zoals muzikale, ruimtelijke en wiskundige intelligentie.

Op sommige gebieden kan je superintelligent zijn (zoals Mozart dat was op muzikaal vlak), terwijl je van andere dingen niets afweet. Je kan dus bijna nooit op alle vlakken intelligent zijn. Het sterkste voorbeeld: Richard Branson van Virgin.

Richard Branson heeft heel zware dyslexie, maar hij is wel multimiljardair

Ook je geheugen is heel belangrijk. Hoofdrekenen speelt zich af in het korte termijn-geheugen. Sommigen (zoals wiskundigen) kunnen daar meer vasthouden dan anderen, waardoor ze meer talent hebben voor wiskunde. Ook aandacht en concentratie is heel belangrijk.

Dat korte termijn-geheugen kan je trainen. Door vaak te oefenen en te herhalen gaat de vaardigheid van het hoofdrekenen van het 'denkbrein' naar het 'reflexbrein'. Daardoor moet je er niet meer te veel over nadenken en wordt het een automatisme.

Foto © Fred Morley

Radio 1 Select