Woekerend Japans onkruid? De schuld van de Nederlanders!

7 juni 2018
Waar men gaat langs Vlaamse (spoor)wegen, komt men de Japanse duizendknoop tegen. Het gaat zelfs te goed met de uitheemse onkruidsoort, want de plant is amper uit te roeien. Dat zei Koen Es (Plantentuin Meise) in ‘Nieuwe Feiten’.

“De Japanse duizendknoop hoort hier niet thuis, maar hij is zich hier wel invasief gaan gedragen”, zei Koen Es. “Hij houdt van zon, schaduw, nat én droog. Hij woekert dus overal en dat heeft slechte gevolgen voor de biodiversiteit in België. Dat maakt hem tot vijand nummer één.”

Niet alleen in België komt de duizendknoop op iedere vierkante kilometer voor, in Nederland is hij zowaar nog een groter probleem. Daar vestigt hij zich onder andere op de dijken. “In de winter, wanneer hij bevroren is en afsterft, wordt er daardoor veel naakte grond zichtbaar.” Die grond is dan weer vatbaar voor erosie.

De schuld van de Nederlanders

Hoe geraakte de Japanse duizendknoop in West-Europa? Daar zitten de Nederlandse kolonisten voor iets tussen. In de 19de eeuw bracht de Nederlandse ontdekkingsreiziger Von Siebold de soort mee naar de plantentuin in Leiden. “Op dat moment dacht men die plant te gebruiken als veevoeder. En zo is hij stilaan vanuit tuinafval overal in de natuur terechtgekomen”, zegt Es.

In Japan zelf zorgt de plant niet voor problemen, omdat die al eeuwen tot het ecosysteem behoort. Daardoor hebben alle planten, dieren en schimmels zich er al aan aangepast. “Pas als je zo’n plant verplaatst naar een andere plek in de wereld krijg je problemen.”

Uitgraven of opeten

Volgens Es krijg je de plant maar moeilijk uitgeroeid. “Herbiciden werken er niet goed op in en de wortels kunnen de grond heel diep doorboren. Hij is eigenlijk niet tegen te houden.” De plant herhaaldelijk uitgraven is volgens hem de beste oplossing. Je kan de scheuten ook gerust opeten, want de plant is vergelijkbaar met rabarber.

Beluister hieronder het integrale interview met Koen Es in 'Nieuwe Feiten':

Lees ook