Zaad zonder naam

23 april 2022

Op de voorpagina staat een spermatozoïde, met die lange staart in de vorm van een vraagteken. Het is een veelzeggend beeld, want over de geschiedenis van de spermabank is nog veel niet verteld. Logisch ook: de beginjaren waren gehuld in stilzwijgen. Mensen schaamden zich, dokters deden het in het geniep, koppels werd op het hart gedrukt om vooral te zwijgen, zeker ook tegen hun eigen proefbuisbaby. Het woord alleen al.

In de begindagen waren er geen regels. Iedereen deed maar wat. De Kerk was uiteraard tegen, maar enkel omdat zaaddonatie moeilijk anders kon dan door masturbatie en dat mocht niet. Zelfs de meest vrijgevochten vrijzinnige artsen wilden aanvankelijk enkel getrouwde heterokoppels helpen. Vandaag zitten de fertiliteitsklinieken vol met lesbische koppels en alleenstaande vrouwen. Zij zijn de grootste klanten van de spermabank. Al zagen de eerste generaties feministen dat helemaal niet zitten.

De tijden zijn veranderd. Wij zijn veranderd. Vroeger was discretie een deugd, vandaag een doodzonde. Kinderen willen weten wie hun vader is. DNA biedt plots houvast in een wereld van echtscheidingen en nieuw samengestelde gezinnen. Biologische identiteit is die nieuwe hoeksteen van de maatschappij. “Waar kom ik vandaan?” belangrijker dan “Wat gaan de mensen zeggen?”

De geschiedenis van de spermabank zegt veel over wie wij zijn. En hoe de wereld is veranderd. Historica Tinne Claes schreef er een prachtig boek over: ‘Zaad zonder naam’.

Beluister het volledige gesprek :