"Zorgverleners en mantelzorgers moeten elkaar ondersteunen"

12 september 2016
Is residentiële ouderenzorg een utopie of moeten we toch terug naar de mantelzorg als 'natuurlijk behoefte'? In "De minuut van Hautekiet" pleit dokter Marc Cosyns voor goede gecombineerde ouderenzorg: thuis én in het woonzorgcentrum.

De minuut van Marc Cosyns

De dag na zijn overlijden stond een prachtfoto van Toots op de voorpagina van De Standaard naast een artikel met de titel: 'Rek leven niet nodeloos'. Het was een reactie op een aanklacht tegen de gebrekkige personeelsbezetting in de ouderenzorg. Wat hebben 'leven rekken' en 'tijd voor goede zorg' met mekaar te maken? Zijn zij geen voorwerp van een verschillend debat?

Toots glundert op de foto met zijn ogen ‘in that little space between a smile and a tear’ Vierennegentig en overleden in zijn slaap. Opgenomen in het ziekenhuis met gebroken schouder na een val. Zijn vrouw Huguette en zijn entourage keken al uit naar een instelling voor zijn revalidatie. Hij wou thuis sterven, maar goed behandeld en verzorgd in het ziekenhuis als het nodig was, voor nog wat extra rekbare tijd, why not?

Ik lees deze verzuchtingen ook in het Utopia van Thomas More, 500 jaar geleden. In Utopia draagt de jongere generatie zorg voor de ouderen, in familieverband. Ouderen die ziek zijn verzorgt men in openbare hospitalen. Daar krijgen ze alles om mogelijks te kunnen genezen maar is men vooral liefdevol en toegewijd zodat geen enkele oudere zieke thuis wil blijven. Is residentiële ouderenzorg een utopie of moeten we toch terug naar de mantelzorg als 'natuurlijk behoefte'?

Ik eindig mijn minuut met de stelling die een uitdaging is:

Zolang ouderdom als ziekte nog niet te voorkomen is moeten we haar trachten te genezen, omgeven met empathische zorg. Met zorgverleners én mantelzorgers die elkaar ondersteunen, op die plaats en in die omstandigheden die de oudere, al dan niet als patiënt, wenst!?