"Als een zombie stapte ik begin december in de vroege ochtend het vliegtuig op in Zaventem"

4 april 2021
© Radio 1
Jean Blaute, zanger en producer, vertelt voor deze 'De toestand is hopeloos, maar niet ernstig' zijn versie van zijn eigen Paasverhaal. Of over hoe hij de liefde van zijn leven leerde kennen, meer dan tien jaar geleden.

In het jaar 2010 voelde ik mij alweer eens als 70 kilo patatten die te lang in de kelder hadden gelegen, verrimpeld en met kisten aangegroeid. Ik ken enkel het Zottegemse woord voor die griezelige aanhangsels. De hoofdoorzaak van mijn tristesse was een spaak gelopen relatie, een faling dus, niet de eerste in mijn passage op aarde. Madam moest mij niet meer hebben en ik ging op de schop, veel uitleg kreeg ik daar niet bij. Eenzaam noch alleen was ik in mijn kabouterhuisje in de Leestse velden want er was altijd Bono. Een Airedale Terrier, da’s een slimme Engelse hond, geen Ierse zanger. Werk en inkomsten had ik ook : een reeks optredens met mijn gitaarvriendje Eric Melaerts en de VTM betaalde mij, gul als ze zijn, terecht schandalig veel als rechtvaardig jurylid van de talentenklopjacht Idool. Als ik mij niet vergis heeft La Esterella dat jaar gewonnen. Of was het Jo Leemans ? Soit.

Eind november van dat jaar kwam de producer van het populaire programma ons dolenthousiast melden dat we twee weken later voor 10 dagen naar de Dominicaanse Republiek mochten om daar de kandidaten aan allerlei selectieproeven te onderwerpen. Alles was al geregeld : vliegtuig en hotel : de sjiekste resort van het eiland : ‘The Hard Rock Resort’. De jury mocht zelfs drie dagen eerder vertrekken dan de kandidaten om wat te profiteren van zon, strand en cocktails. Wat waren ze blij, behalve ik want er stonden twee optredens in mijn agenda geboekt tijdens die drie dagen. “Sorry, ik kan niet mee”, werd door de productie niet aanvaard en ze boekten een speciale flight voor mij alleen, net op tijd om op het verre Caraïbische eiland aan de slag te gaan. Fair enough.

Als een zombie stapte ik begin december in de vroege ochtend het vliegtuig op in Zaventem, niet geslapen, in een soort pre-jetlag. In datzelfde vliegmachien zaten ook de Idool-kandidaten, weliswaar veilig ver van mij verwijderd, achterin, en ik op een plaatsje vooraan. Naast me kwam een vriendelijke dame zitten met een iets donkerder huidskleur dan de mijne. Ja, hoe moet je dat nu tegenwoordig zeggen zonder iemand te schofferen ? Ik zag er groen uit van vermoeidheid plus met een kater , dus zij dan..euh.. donkergroen ? Hahaha…neen : café au lait. Zeer Caraïbisch. Ze was mooi, stijlvol en knikte vriendelijk naar haar slaperige half dode buurman.

Ik zei haar dat ik hondsmoe was en een angstaanjagende snurker. Ze moest mij maar een stamp geven mocht het te erg worden op die 9 uren durende vlucht. Tijdens een uurtje tussenstop in Jamaica werd ik wakker en geraakten we voorzichtig aan de praat. Ze heette Francia, ik vond het onnozel om mezelf al meteen Juan te noemen. . Zij was Dominicaanse, wonend in Brugge. Dat ik George Martin was , producer van The Beatles, maakte amper indruk op haar, maar jurylid van Idool : olala… ze kende het programma in de Amerikaanse versie “Idols” bevolkt met wereldberoemde juryleden. Ik zei dat ik wel eens een Dominicaanse sigaar rookte omdat die minder maduro zijn dan die straffe Cubaanse kanonnen. Bingo ! Bij terugkomst in België zou ze mij een kistje meebrengen en opsturen. Ik gaf haar mijn e-mailadres. Maanden later kreeg ik een bericht dat de sigaren waren gearriveerd in Brugge. Ze wilde ze opsturen. Een gentleman als ikke laat dat natuurlijk niet gebeuren en ik ging ze halen in Brugge. We gingen uit in Knokke, dronken ons een vrolijk stuk in onze jas en sindsdien zijn we tezaam, together, juntos en al bijna zeven jaar getrouwd.

Beluister de column van Jean Blaute voor 'De toestand is hopeloos, maar niet ernstig' via Radio 1 Select. 

Ontdek ook de andere columns uit deze uitzending: