Ben je soms zo lui omdat je te slim bent?

9 maart 2020
© Johnny McClung (via Unsplash.com)
Slimme kinderen die toch falen op school... het is een verhaal zo oud als het onderwijs zelf. Zijn deze kinderen gewoon lui? Absoluut niet, stelt experte hoogbegaafdheid Tessa Kieboom (UHasselt) in een nieuw college van de Universiteit van Vlaanderen.

Alleen al in België zijn er meer dan 55.000 kinderen die hoogbegaafd zijn. Dat betekent dat er minstens één hoogbegaafd kind in elke klas zit. Het gaat om kinderen met een IQ van 130 of meer, al benadrukt Tessa Kieboom in haar college voor de Universiteit van Vlaanderen meteen dat je hoogbegaafdheid niet mag reduceren tot alleen maar een sterke intelligentie. “Hoogbegaafdheid heeft een impact op jou als mens.”

Vaak denkt men dat deze kinderen die zoveel weten en zo snel inzicht in iets hebben, heel makkelijk dingen onder de knie krijgen en niet veel moeite moeten doen om diploma’s te halen en succesvol te zijn. “Maar dat is een grote denkfout” zegt Kieboom. “De realiteit is vaak helemaal anders dan wat algemeen wordt aangenomen.” Ook hoogbegaafde kinderen moeten immers gestimuleerd worden om hun grenzen te verleggen. Ook zij moeten te horen krijgen dat iets bereiken tijd kost. Ze moeten niet alleen hun intelligentie verder ontwikkelen, maar ook hun mentale weerbaarheid.

Angst als een zwaard van Damocles

Stel je voor dat je een kind in huis hebt dat niets moet doen voor school. Dat betekent dat het zijn boekentas in de hoek zwiert als het thuiskomt, in de tuin gaat spelen en morgen met twee vingers in de neus prachtige cijfers haalt. In het begin vind je dat als ouder leuk, zegt Kieboom. Maar na een tijdje vraag je je waarschijnlijk af of dat eigenlijk wel OK is dat je kind zo weinig moeite moet doen. En de angst groeit dat je kind lui zal worden. Want als ouder weet je dat leerstof vroeg of laat moeilijker zal worden, en dat je sommige vaardigheden niet meteen onder de knie krijgt. Ouders weten dat hard werken nodig is om uiteindelijk ergens te geraken, maar ze hebben een kind in huis dat dat elke dag opnieuw niet moet doen.

Ouders kunnen niet geloven dat de kinderen al na 10 minuten klaar zijn met hun huiswerk

Daardoor krijgen ouders angst dat hun kind vroeg of laat in de problemen zal komen. Die angst hangt als een zwaard van Damocles boven hun hoofd, zegt Kieboom. Die angst zorgt er ook voor dat men al van in de lagere school achter de veren van hun kinderen begint te zitten. “Ouders kunnen niet geloven dat deze kinderen al na 10 minuten klaar zijn met hun huiswerk. Ze beginnen zich af te vragen of hun kind niet te vaak en niet te lang achter de computer zit. En sommige ouders gaan deze kinderen ook nog eens ondervragen.”

“Sowieso gaat dat eerste slechte cijfer eraan komen, meestal in de loop van de middelbare school” zegt Kieboom. En dan is het hek van de dam: ouders gaan hun kinderen verwijten dat ze hun best niet doen, of zelfs lui zijn. 

“Wat me elke keer opnieuw opvalt is wat dat eerste slechte cijfer met het kind doet” zegt Kieboom. “Want het kind is het niet gewoon slechte cijfers te halen. Het kind vindt dat heel vreemd, want het werkt in de middelbare school harder dan in de lagere school, en toch gaan de punten achteruit.” Het zelfvertrouwen van de kinderen gaat naar beneden, en finaal krijgen ze het gevoel: “Misschien ben ik wel een luiaard.”

Jef en Stan: sportief versus cognitief talent

Toch hebben de mindere punten niets te maken met luiheid, aldus Kieboom. Het is eerder een kwestie van niet goed weten hoe ze hun potentieel moeten gebruiken. Ze legt het uit aan de hand van de verhalen van Jef en Stan.

Jef is een jongen van 6 jaar oud die ongelooflijk goed kan tennissen. “Dat wil niet zeggen dat hij morgen op Wimbledon kan spelen. Wil Jef van zijn tennistalent genieten, dan gaat hij daar hard voor moeten werken. En zo begint hij te trainen, wedstrijdjes te spelen, en leert hij omgaan met verlies en frustratie.” Jef leert dus ook mentaal sterk worden.

Stan is ook 6 jaar maar geen sportief, maar wel een cognitief talent: hij heeft een IQ van 140. “Van het moment dat we weten wat die hoge intelligentie van Stan is, gaan er onmiddellijk hoge prestaties van dit kind verwacht worden. Dit kind leeft vanuit de verwachting dat het altijd 10 op 10 gaat halen, en dat het altijd zal lukken. Maar als er dan iets aankomt, waarvan hij niet weet of het zal lukken, durft hij er niet meer aan te beginnen. Hij weet niet hoe hij het potentieel dat hij van moeder natuur meekreeg kan gebruiken.”

Hoe kan je een slim kind mentaal sterk maken om zijn potentieel te gebruiken? 3 tips

Het is duidelijk dat de hoogbegaafde Stan niet weet hoe hij zijn potentieel kan gebruiken. Hoe kan je dat als ouder aanpakken? Kieboom geeft drie belangrijke tips.

Heb geen angst: Je moet niet denken dat je kind lui is. Laat doemscenario’s achterwege, want het bezorgt je kind veel paniek.

Stimuleer om grenzen te verleggen: Als een kind een moeilijkere oefening krijgt op school of het moet voor de vioolles een complexer stuk spelen, voelt het onwennig aan, en wil het kind dat liever niet doen. Maar dit wil niet zeggen dat je kind lui is! Te vaak laten ouders de kinderen dan stoppen, net op het moment dat ze zouden moeten leren doorzetten. Je maakt je kinderen niet mentaal sterk door ze altijd te laten doen wat ze al kunnen. Dat geldt trouwens voor alle kinderen, niet alleen voor slimme kinderen.

Iets bereiken kost tijd: Als we hoogbegaafde kinderen te lang makkelijke leerstof geven, hebben ze het gevoel dat ze de dingen flitsend snel kunnen. Dat is een automatisme dat ze zichzelf aanleren. Als je hen daarna een taak geeft die ze niet flitsend snel kunnen, oordelen ze dat ze het nooit gaan kunnen. Daarom moeten we hen aanleren dat iets bereiken tijd kost. Dat kan met simpele huis-tuin-en-keukentechnieken: laat je kind pas aan iets leuks beginnen, als het een klusje, zoals onkruid wieden, helemaal heeft afgewerkt. Zo leert een kind dat doorzetting en discipline er gewoon bij hoort.

Meer weten? Bekijk het integrale college van Tessa Kieboom:

Lees ook:

Radio 1 Select