"De latrelatie zou wel eens de relatievorm van de toekomst kunnen worden"

3 oktober 2017
Rika Ponnet
Latrelaties zijn al lang geen marginaal fenomeen meer. Daarom houdt professor Michel Maus (Rechtsfaculteit, VUB) een warm pleidooi om van deze maatschappelijke realiteit ook een juridische realiteit te maken. Ook Rika Ponnet ziet deze relatievormen steeds meer in haar praktijk, en stelt: "De latrelatie zou wel eens de relatievorm van de toekomst kunnen worden".

Samen, maar toch ook apart

Bij jou of bij mij? Het is een vraag die almaar meer koppels elkaar stellen, want maar liefst 1 op 20 mensen ouder dan dertig zou deel uitmaken van een latrelatie. Uiteraard zijn er ook lattende twintigers. In dat opzicht wordt er vandaag in de sociologie een onderscheid gemaakt tussen datinglatters en bondinglatters. De eerste groep woont meestal nog onder het ouderlijk dak, ziet apart wonen als een kennismakingsfase. Bondinglatters zijn vaak ouder en kiezen vanuit praktisch oogpunt voor deze relatievorm: omdat het de enige haalbare keuze is (opgroeiende kinderen, afstand…)of omdat ze zich het best voelen in een verhaal waarbinnen er tijd en ruimte is voor ‘ik’ en ‘wij’. Extrinsieke en intrinsieke latters noemde professor sociologie Dimitri Mortelmans ze onlangs.

Die extrinisieke latters maken al lang deel uit van de verhalen in mijn praktijk: mensen die na een scheiding of overlijden herpartneren en beslissen niet samen te gaan wonen.

Omdat het leven van alledag het niet echt toelaat of ze een complex opvoedingskluwen niet zien zitten. Ze sluiten samenwonen op termijn niet uit.

De intrinsieke latters zijn naar mijn ervaring recenter in opmars. Het is een groeiende groep van mensen die niet langer in de klassieke relatiemal van 24 op 24, 7 op 7 wil geduwd worden.

Ze verlangen tijd voor zichzelf of zijn gesteld op hun eigenheid en onafhankelijkheid. De groei van die groep hangt nauw samen met een sinds decennia toegenomen individualisering. In die zin staat de latrelatie misschien wel het best symbool voor de manier waarop we vandaag naar relaties kijken: we willen liefhebben, ons verbonden weten, maar ook onszelf blijven en ontplooien.

We willen nabijheid én vrijheid. Dat botst met de begrenzingen van een klassiek relatiemodel, waar een teveel aan ‘ik’ en een verminderd ‘wij’ voor almaar meer relatiebreuken zorgt.

In die zin zou de latrelatie wel eens de relatievorm van de toekomst kunnen worden. ‘Het beste van twee werelden’, zo wordt ze al eens beschreven, al vrees ik dat dit een te rooskleurig beeld is. Zo gaf onlangs een cliënt aan dat nogal wat van zijn mannelijke vrienden jaloers waren op zijn status van latter. Na 15 jaar latten was hij er uit dat het voor hem de beste vorm van samenzijn was, maar eentje die evenzeer inspanningen vergde als samenleven. Uit zijn verhaal distilleerde ik alvast drie gouden stelregels: goede afspraken, afgestemd communiceren en een sterk wederzijds vertrouwen. De basis van elke goede relatie, hoor ik u denken.

Lees ook: