Dr. Winne Haenen: "Een transgender kiest zijn of haar geslacht niet"

17 mei 2018
Vandaag, 17 mei, is het 'Dag tegen homo- en transfobie'. Dr. Winne Haenen is arts en federaal gezondheidsinspecteur, maar ook transvrouw. Ze deelde deze open brief met Radio 1 en VRT NWS.

17 mei is de dag tegen homofobie en transfobie. Vraag is of een dergelijke dag nog nodig is. Transgenders zijn de laatste tijd veel in het nieuws geweest. Dat heeft geleid tot enige duiding, maar er blijven hardnekkige misverstanden. Eén van de belangrijkste is dat een transgender sinds januari de wettelijke mogelijkheid heeft om het geslacht te “kiezen”. Het gaat echter helemaal niet over een keuze. 

Eens een transgender zich out, wacht hem of haar een heel onzekere toekomst

Transgenders gaan doorheen een lang en moeizaam proces, met een strikte psychologische diagnosestelling en een begin van hormoontherapie alvorens ze zich outen. Een dergelijke diagnosestelling is niet aangenaam en men doet het écht niet voor zijn of haar plezier. Eens een transgender zich out, wacht hem of haar een heel onzekere toekomst : wordt hij of zij aanvaard binnen de privékring, behoudt men zijn of haar werk, hoe gaat men om met sociale isolatie, … Allemaal elementen die het zelfvertrouwen van de transgender op de proef stellen, en die ruim aan bod komen in de psychologische begeleiding. 

Geen gekozen geslacht

Spreken over het “gekozen geslacht” gaat dan ook voorbij aan deze inspanningen en de inherente nood om het geslacht in lijn te brengen met het reële gevoel. Veel beter is het volgens mij om te spreken over het correcte geslacht of het gecorrigeerde geslacht, of de term gewoon niet te benoemen. Immers, waarom er bij transgenders zo de nadruk op leggen als men dit bij de rest van de bevolking niet doet.

40% doet een zelfmoordpoging

Ongenuanceerde berichtgeving toont aan dat men dikwijls geen idee heeft van waar een transgender voor staat. Sprekend zijn helaas de cijfers van zelfmoorden en zelfmoordpogingen bij transgenders. Volgens de US Transgender Survey 2015 doen 40% van de transgenders een zelfmoordpoging doorheen hun leven, 9 maal hoger dat de standaard Amerikaanse bevolking (1), een bevinding die ook voor België opgaat. 

Er is ook een duidelijke verhoogd aantal zelfmoordpogingen nà de transitie. Cijfers hiervan zijn moeilijk te vinden, maar over de redenen bestaat er geen medische discussie : sociaal isolement, transfobie en secundaire victimisatie (2). Opvallend is dat de medische transitie op zich ook een risico vormt, maar eens doorlopen is er een duidelijke reductie van het zelfmoordrisico, uiteraard enkel indien de risicofactoren niet aanwezig zijn. Tot op heden is er bij mijn weten geen studie over het aantal gelukte zelfmoorden bij transgenders. Het zou zeer interessant zijn om te kijken naar het middel dat de transgender kiest. De keuze van een meer lethaal middel kan immers een spiegel zijn van de ernst van de situatie en een sleutel bieden van de wijze van aanpak van een zelfmoordpreventiebeleid bij transgenders, zowel voor als na de transitie.

Opvallend is dat de medische transitie op zich ook een risico vormt

In België werd 5 jaar geleden het Transgender Infopunt (TIP) opgericht als een onafhankelijk maar gesubsidieerd orgaan waar de expertise rondom transgenders gebundeld wordt (3). Er is een nauwe verwevenheid met het gendercentrum van het UZ Gent, dat internationaal gerenommeerd is en fungeert als referentiecentrum. Essentieel bij het TIP is de laagdrempelige toegang, zowel voor transgenderpersonen en hun omgeving, als via een aparte site voor artsen en andere gezondheidszorgwerkers. Dat die laagdrempeligheid zijn nut heeft is duidelijk bewezen nadat Mevrouw Van Spilbeeck zich outte als transgender.

17 mei blijft noodzakelijk

De cijfers van de zelfmoordpogingen bij transgenders tonen helaas aan dat een dag als 17 mei noodzakelijk blijft. Die dag vormt een hefboom om de acceptatie te bevorderen en discriminatie te verminderen. In wezen mag het immers geen issue zijn. We zijn allen mensen, met een eigenheid, die bij transgenders wat meer opvalt, maar dat is het dan ook. Ik werk als ambtenaar en ben o.a. verantwoordelijk voor de medische noodplanning. Als er een crisis is, doet het er niet toe of ik een transvrouw ben of niet, er wordt gevraagd of ik mijn werk doe, en zo hoort het ook. Door de openlijke steun van de FOD Volksgezondheid en de Gouverneur van Antwerpen bij mijn transitie heb ik mijn werk kunnen behouden en is mijn morele autoriteit overeind gebleven. Niet iedereen heeft de volle steun van de werkgever, en heeft het geluk van de zijn of haar werk te kunnen behouden. Zeker voor hen en hun werkgevers blijft een dag als 17 mei noodzakelijk

(1) James SE et al. The Report of the 2015 U.S. Transgender Survey, december 2016, pp111-5
(2) Bauer GR, Scheim AI, Pyne J, Travers R, Hammond R. Intervenable factors associated with suicide risk in transgender persons: a respondent driven sampling study in Ontario, Canada. BMC Public Health 2015;15:525 doi: 10.1186/s12889-015-1867-2.
(3) http://transgenderinfo.be/

Dr. Winne Haenen is arts en ambtenaar en werkt als federaal gezondheidsinspecteur, waar ze verantwoordelijk is voor het medisch luik van de noodplanning en het toezicht op de gezondheidszorgberoepen, beide in de provincie Antwerpen. Zij reageert uit eigen naam. Zij is eveneens transvrouw en heeft 2 jaar geleden haar transitie doorgemaakt.

Lees ook:

Lijst van artikels