Een straatnaam voor Patricia De Martelaere? "Ze was de meest egoloze persoon die ik ooit ben tegengekomen"

28 januari 2020
Patricia De Martelaere
Een naam die door heel veel mensen ingestuurd werd voor de campagne van 'Meer vrouw op straat', is die van filosofe en auteur Patricia De Martelaere. Jan Swerts, muzikant, maar ook docent filosofie, wijdde op zijn plaat 'Anatomie van de melancholie' een nummer aan De Martelaere: 'Een verlangen naar ontroostbaarheid', ook de titel van haar bekendste essaybundel. Swerts vertelt waarom zij hem zo trof als docente, filosofe en schrijfster.

"Ik heb les gehad van Patricia De Martelaere in Leuven en Brussel. Tot dan bestonden mijn lessen filosofie vooral uit het oplijsten van filosofen, nu kwam er een prof de aula binnen die een gesprek met ons aanging, diepgravend en taboeloos. Wat mij als student ook meteen trof: ze had het over een gevoel dat ik al heel mijn leven meedroeg maar dat dan toe nooit benoemd werd: melancholie. Ik was zelf al lang gefascineerd door het zwartgallige, door neerslachtigheid en vergankelijkheid maar ik dacht altijd dat het niet hoorde om daarover te praten. Zij benoemde dat gevoel en maakte die melancholie tot een centraal thema in haar lessen." 

"Ook in haar essaybundel 'Een verlangen naar ontroostbaarheid' draait het om die melancholie. Voor haar was het leven een tussenperiode, tussen twee keer niet-zijn. En dat niet-zijn, is het enige wat zeker is, het draagt een gelukzaligheid in zich, het losgekoppeld zijn van pijn, verdriet en frictie. Maar al van bij de geboorte worden we losgekoppeld van die gelukzalige toestand: 

Niemand verliest graag. En toch moeten we het allemaal leren. Het begint met de moeder, die ons bij onze geboorte zomaar uit haar lichaam verdrijft en ons later steeds vaker zal blijken te verlaten - eerst om, midden in de nacht, de zuigfles te gaan opwarmen, daarna om voorgoed in het bed van de vader te verdwijnen. 

Je hebt mensen die getroost willen worden, maar er zijn ook mensen, de melancholici, die niet getroost willen worden, omdat dit voor hen het beste schild is tegen de werkelijkheid.

Patricia De Martelaere was natuurlijk ook een begenadigd schrijfster. "Ze parafraseerde Wittgenstein: "Waarover men niet spreken kan, daarover moet men schrijven." Ze gebruikte in haar teksten vaak concrete voorbeelden, zoals in haar essay: 'Men moet krabben waar het jeukt', als je één tekst zou moeten lezen van haar, laat het dan deze zijn. In dit essay vraagt ze zich af wat filosofie nu eigenlijk te betekenen heeft, is het nu een zegen of vloek? Als je nooit jeuk hebt, dus levensvragen over de dood, angst, onzekerheid, moet je die doos van pandora dan wel openen? Moet ik als filosoof die slapende honden wakker maken door zulke vragen op te werpen? En als je die vragen toch stelt, en die jeuk begint te krijgen, is filosofie dan de juiste manier om te krabben? Ja, maar net omdat dit krabben de jeuk niet oplost. Krabben dat de jeuk wel oplost noemt zij wetenschap. En ze eindigt haar essay als volgt: 

Het is beter niet te krabben. Maar wie nooit heeft gekrabd, op een zwoele zomernacht, nat van het zweet, uitgeput en slapeloos, met het scherp van de nagels en tot bloedens toe, hopeloos en zonder verlichting - wie nooit heeft ondervonden hoe het genot uiteindelijk toch nog een gestalte kan worden van de kwelling - die heeft misschien ook wel een kleinigheid gemist.

Jan Swerts twijfelt wel of Patricia De Martelaere blij zou geweest zijn met een straatnaam: "Ze was de meest egoloze persoon die ik ooit ben tegengekomen."

Lees ook:

Radio 1 Select