"Ik zat te roepen naar mijn scherm. Alsof ik de afstand tot de anderen probeer te overwinnen met extra volume"

12 april 2020
Stijn Meuris zou gaan come-backen met Noordkaap. Het liep even anders. Nu moet hij videochatten met de leden van de band en dat vindt hij - op z'n zachtst gezegd - rampzalig.

Als ik één ding heb geleerd tijdens de ophokplicht, dan is het wel dat ik telefoneren uiteindelijk leuker vind dan videochatten. En dan moet je weten dat ik telefoneren ook al vermoeiend vind. Mijn oor wordt er warm van, en na een half uur bellen ontploft doorgaans mijn hoofd. En dat van de gesprekspartner.

Om eerlijk te zijn; zijn hoofd ontploft meestal nog voor het mijne, en ik vrees dat dat aan mij ligt. Of toch aan de manier waarop ik telefoneer. Namelijk met weinig speelruimte voor de correspondent aan de andere kant van de lijn. Berucht zijn in dat verband de gesprekken waarbij iemand anders mij belt, ik vervolgens een hele uitleg doe en daarna afsluit, zonder me ook maar één moment te realiseren dat IK eigenlijk gebeld werd. Waarna ik de andere moet terugbellen met de toch altijd wat beschamende vraag: “Wou jij iets vragen eigenlijk…?”
Ja, ik ben me d’r eentje.

Maar videochatten vind ik dus helemaal niks. Nochtans worden we geacht dat ineens heel interessant te vinden. Zo interessant zelfs dat het visueel bewijs van ieder Skypegesprek tegenwoordig nog eens via Facebook of Instagram gedeeld moet worden. En al zeker wanneer het kleine, hippe communicatiebedrijfjes betreft; vooral laten zien dat je team, ondanks de totale ineenstorting van de samenleving, uitstekend bezig is. En dat creativiteit zich niet laat afschrikken door een virusje van niks. D’r wordt ook altijd gelachen en driftig gezwaaid. Terwijl we allemaal weten; het is naar de kloten, en goed ook.

Ik beschouw al dat videogechat dan ook als een laatste stuiptrekking. Straks zijn we uitgezwaaid, uitgelachen en vooral uitgebabbeld, in teamverband of anderzijds, en dan volgt de complete leegte. Links en rechts zal nog wel iemand een heel vernuftig en grappig filmpje posten, of in hurkzit een gevoelig liedje zingen op een slecht gestemde gitaar, maar dat is het dan zowat. Ik like het steeds minder, zo stel ik vast.

We hadden deze week een eerste videochat met de leden van Noordkaap, dat groepje dat aan een grootse comeback aan het werken was, maar nu dus volstrekt op apegapen ligt. Zeven mensen deden mee aan het moeizaam tot stand gekomen videogesprek, en om het gebeuren kort samen te vatten; het werd helemaal niks.

Om te beginnen ging er een kwartier voorbij vooraleer iedereen verzameld was, vervolgens nog eens een kwartier waarin vastgesteld werd dat het synchroon lopen van beeld en geluid nog geen sinecure bleek te zijn. Daarna stelde iemand voor om een ander platform te gebruiken, waarna ik vijf minuten lang vroeg wat een platform was. Daarop kon niemand antwoorden omdat ze me weliswaar wel zagen, maar niet hoorden. En ik hèn wel hoorde maar niet zag.

Eénmaal alle techniciteiten min of meer in orde waren, kon het groepsgesprek echt beginnen. En ook dat werd niks. De lange pauzes na iedere interventie deden in niks denken aan een gesprek onder levende mensen. De crux zit ‘em volgens mij in het rondlopen; tijdens een echte ontmoeting lopen we rond - vooral ik toch. Het voorziet de geest van zuurstof, en het geeft je woorden én je gedachten ritme. Zo’n beetje verkrampt achter een laptop zitten, met een grotesk vervormde neus en veel achterblijvende pixels, draagt niet bij tot een zekere vlotheid. Na een tijdje denk je vooral; ik had nog iets héél interessants te melden, maar ik zal het maar niet zeggen. Voor je ’t weet volgt er weer een stilte, of iemand die je onderbreekt met een vertraging die precies op het verkeerde moment komt. Bovendien stelde ik vast dat ik heel erg zat te roepen naar mijn scherm. Alsof ik de afstand tot de anderen probeer te overwinnen met extra volume.

Aan het eind van het videogesprek zei iemand dat we alles nog eens op mail gingen zetten. Dat vond ik prima.

Ergens in Californië weerklinkt de holle lach van een gehaaide durfkapitaalondernemer die jaren heeft moeten wachten op winst, maar nu het paradijs is binnengetreden. Iedere dag overloopt hij met z’n aandeelhouders oplopende grafieken. Dat doet ie ongetwijfeld gewoon per telefoon.

Stijn Meuris

Beluister de column van Stijn Meuris in 'De Toestand Is Hopeloos, Maar Niet Ernstig':

Lees ook: