Nieuw onderzoek van KU Leuven en Sciensano: "Kinderen wel degelijk vatbaar voor corona, meer zelfs dan eerst gedacht"

13 november 2020
© Caleb Woods (Unsplash)
Kinderen zijn wel degelijk vatbaar voor een besmetting met het coronavirus - meer zelfs dan eerst gedacht - maar ze worden er niet of nauwelijks ziek van. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de KU Leuven en Sciensano. Of en in welke mate de kinderen het ook aan elkaar doorgeven, is hier niet onderzocht, maar het is voorlopig wel een van de weinige studies tot nu toe specifiek over kinderen en COVID-19.

In welke mate zijn kinderen vatbaar voor het coronavirus? Worden ze er minder (vaak) ziek van? Welke rol spelen ze in de verspreiding van het virus? Er zijn nog veel vragen over de circulatie van het coronavirus bij kinderen, maar nu weten we toch een beetje meer.

KU Leuven en Sciensano voerden een onderzoek uit bij 362 kinderen, verspreid over tien scholen in Alken en Pelt. Zij zaten in het lager onderwijs en de eerste drie jaar van het middelbaar. De Limburgse gemeente Alken was tijdens de eerste golf een van de zwaarst getroffen plekken in België, terwijl er in Pelt maar een klein aantal besmettingen werd vastgesteld.

In de periode van 21 september tot en met 6 oktober werd bij elk kind een bloed- en speekselstaal afgenomen om te testen op antistoffen. Daarnaast vulden de ouders een vragenlijst in die peilde naar mogelijke risicocontacten, gezondheid en sociaal gedrag.

Bij kinderen in Alken werden veel vaker antistoffen gevonden dan bij kinderen in Pelt

Doel van het onderzoek: is dit verschil tussen de gemeenten ook bij kinderen merkbaar? Het antwoord op die vraag is een duidelijke 'ja', want het verschil in viruscirculatie is heel duidelijk. In Alken werden antistoffen gemeten bij 14,4 procent van de deelnemers (26 op 181) tegenover 4,4 procent in Pelt (8 op 181). De studie toont ook aan dat er in Alken amper verschil is tussen het aantal besmettingen bij kinderen uit de lagere school (13,3 procent) en jongeren in de eerste jaren van het secundair onderwijs.

"De resultaten tonen aan dat kinderen toch meer vatbaar zijn voor het virus dan we oorspronkelijk dachten", zegt professor Corinne Vandermeulen van het departement Maatschappelijke Gezondheidszorg en Eerstelijnszorg van de KU Leuven, die het onderzoek leidde. "Zij worden wel degelijk ook besmet als de circulatie van het virus hoog is. Op dit moment zijn er nog niet zoveel onderzoeken gebeurd bij kinderen. In dat opzicht geeft dit wel belangrijke inzichten."

Dit geeft ons belangrijke inzichten

“In studies op bloedstalen uit de klinische laboratoria, en bij gezondheidswerkers en bloeddonoren is het aantal personen met antistoffen doorgaans minder dan tien procent. Mogelijk geven deze studies dus een onderschatting van de werkelijke circulatie van het coronavirus”, voegt Els Duysburgh, onderzoeker bij Sciensano, eraan toe.

De kinderen die antistoffen hebben, werden besmet tijdens de eerste golf, net voor of tijdens de lockdown, zo stellen de onderzoekers. “We kunnen dit afleiden uit de evolutie van het aantal besmettingen in beide gemeentes tussen maart en oktober, en de antwoorden van de ouders over contact met besmette personen. Op het moment van de besmetting waren veel maatregelen waar we nu zo vertrouwd mee zijn – handen wassen, afstand houden, mondmasker dragen – nog niet ingeburgerd bij iedereen, zeker niet bij kinderen. Dat kan mee helpen verklaren waarom we bij relatief veel kinderen antistoffen hebben gevonden.”

Hoe ziek worden de kinderen?

Om op basis van deze studie conclusies te trekken voor kinderen over heel België, daarvoor vindt Vandermeulen het nog wat te vroeg. "Daarvoor is eigenlijk een grote studie nodig, maar daar wordt aan gewerkt. Daar gaan we dus later nog resultaten over krijgen."

Uit de studie bleek nog dat kinderen nauwelijks ziek worden van het nieuwe coronavirus. "Kinderen die besmet raakten waren weinig ziek bij het doormaken van deze infectie en vertoonden weinig klachten. In totaal ontwikkelden 34 van 362 kinderen antistoffen, en we zien daar weinig ziekte voorkomen", zegt Vandermeulen nog.

De 34 kinderen die besmet raakten waren weinig ziek

Kinderen die rechtstreeks contact hadden met een besmet persoon hadden ook vier keer zoveel risico om antistoffen te hebben dan andere kinderen van wie de ouders stelden dat er geen contact was met een besmet persoon. "Deze besmettingen vonden vooral plaats met volwassenen binnen de eigen familie. De scholen lijken in de eerste golf dus geen belangrijke rol gespeeld te hebben bij de verspreiding van het virus," zegt de professor nog, al benadrukt ze dat deze studie niét heeft onderzocht hoe de overdracht binnen een school gebeurde, of op welke manier kinderen het aan elkaar zouden doorgeven.

Beluister het gesprek met Corinne Vandermeulen, Professor aan het Departement Maatschappelijke Gezondheidszorg en Eerstelijnszorg aan de KU Leuven, in 'De Ochtend': 

Bron: vrtnws.be en 'De Ochtend'