Onderzoekers KU Leuven ontdekken mechanisme dat prikkelbaredarmsyndroom veroorzaakt

13 januari 2021
© Freestocks (Unsplash)
Heb je regelmatig last van buikpijn of constipatie na het eten? Dan bestaat er een kans dat je het prikkelbaredarmsyndroom hebt, kortweg PDS. Onderzoekers van de KU Leuven hebben nu het biologische mechanisme geïdentificeerd dat verklaart waarom sommige mensen die buikpijn krijgen. De studie, die is uitgevoerd op muizen en een klein aantal mensen, wordt gepubliceerd in Nature. Door het beperkte aantal proefpersonen moeten de resultaten wel nog voort onderzocht worden.

Tot 20% van de wereldbevolking, voor een groot deel vrouwen, lijdt aan het prikkelbaredarmsyndroom (PDS), dat na het eten maagpijn of ander ernstig ongemak veroorzaakt. Dit heeft invloed op hun levenskwaliteit.

Glutenvrije en andere diëten kunnen enige verlichting bieden, maar waarom dit werkt is nog een mysterie, aangezien de patiënten niet allergisch zijn voor het betreffende voedsel en ook geen bekende aandoeningen zoals coeliakie hebben.

"Deze patiënten worden vaak niet serieus genomen door artsen. Het gebrek aan een allergische reactie wordt gebruikt als argument dat het allemaal tussen hun oren zit en er geen probleem is met hun darmfysiologie," zegt professor Guy Boeckxstaens, gastro-enteroloog aan de KU Leuven en hoofdauteur van de studie. "Met deze nieuwe inzichten leveren we verder bewijs dat we met een echte ziekte te maken hebben."

(lees verder onder de video uit 'Het Journaal')

Histamine

De onderzoeken van het team van Boeckxstaens onthullen een mechanisme dat bepaalde voedingsmiddelen linkt aan de activering van de cellen die histamine vrijgeven - de zogenoemde mestcellen -, en de daaropvolgende pijn en ongemak. Eerder werk van het team toonde aan dat het blokkeren van histamine, een belangrijk onderdeel van het immuunsysteem, verlichting kan bieden aan mensen met PDS.

In een gezonde darm reageert het immuunsysteem niet op voedsel, dus de eerste stap van de studie was om uit te zoeken wat deze tolerantie voor voedsel doet afbreken. Omdat mensen met PDS vaak melden dat hun symptomen begonnen na een maag-darminfectie, zoals voedselvergiftiging, vertrokken de onderzoekers van het idee dat een infectie die iemand oploopt wanneer een bepaald voedingsmiddel in de darm zit, het immuunsysteem gevoelig zou kunnen maken voor dat voedsel.

Ze infecteerden muizen met een buikgriep en gaven hen tegelijkertijd ovalbumine, een proteïne dat in het wit van eieren voorkomt en in dit soort experimenten vaak gebruikt wordt om een immuunrespons uit te lokken. Zodra de infectie was verdwenen, kregen de muizen opnieuw ovalbumine om te kijken of hun immuunsysteem er gevoelig voor was geworden.

Dat bleek het geval: de ovalbumine zelf zorgde er inderdaad voor dat de mestcellen geactiveerd werden, er histamine vrijkwam en spijsverteringsintolerantie optrad. Dit was niet het geval bij muizen die ovalbumine kregen maar niet met de buikgriep geïnfecteerd waren.

Een spectrum

De onderzoekers konden vervolgens de verschillende stappen in de immuunrespons achterhalen die de opname van ovalbumine met de activering van de mestcellen verbond. Opmerkelijk was dat deze immuunrespons alleen optrad in het deel van de darm dat eerder geïnfecteerd was door de verstorende bacterie. Meer algemene symptomen van een voedselallergie werden niet veroorzaakt door de ovalbumine.

Professor Boeckxstaens denkt dat dit zou kunnen wijzen op een spectrum van voedselgerelateerde immuunziekten. "Aan de ene kant van het spectrum is de immuunrespons op een voedselantigeen zeer lokaal, zoals bij PDS. Aan de andere kant van het spectrum ligt de voedselallergie: een veralgemeende aandoening van ernstige mestcelactivatie met een impact op de ademhaling, de bloeddruk, enzovoort."

De onderzoekers keken vervolgens of mensen met PDS op dezelfde manier reageerden. Ze injecteerden voedselantigenen geassocieerd met PDS (gluten, tarwe, soja en koemelk) in de darmwand van twaalf PDS-patiënten. Bij de patiënten traden gelokaliseerde immuunreacties op die vergelijkbaar waren met die van de muizen. Bij gezonde vrijwilligers werd geen reactie gezien.

In combinatie met de eerdere klinische studie die een verbetering liet zien tijdens de behandeling van PDS-patiënten met antihistaminica - middelen die allergische reacties onderdrukken door de werking van histamine te blokkeren - zijn de resultaten significant. "Dit is verder bewijs dat het mechanisme dat we hebben ontrafeld klinische relevantie heeft", zegt professor Boeckxstaens. Door het relatief kleine aantal mensen dat deelnam aan de studie moeten de resultaten wel verder onderzocht worden.

Een groter klinisch onderzoek naar de behandeling met antihistaminica is momenteel aan de gang. "Dat we nu het mechanisme kennen dat leidt tot mestcelactivatie, is cruciaal. Het zal leiden tot nieuwe therapieën voor deze patiënten," gaat Boeckxstaens verder. "Mestcellen laten veel meer verbindingen en mediatoren vrij dan alleen histamine, dus als je de activering van deze cellen kunt blokkeren, denk ik dat je een veel efficiëntere behandeling zult hebben."

De studie van de onderzoekers van de KU Leuven, in samenwerking met onderzoekers van de universiteiten van Gent en Hasselt en van instellingen in Duitsland, Nederland, Canada, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, is gepubliceerd in 'Nature'.

Bron: vrtnws.be, UZ Leuven en 'De Wereld Vandaag'

Beluister het gesprek met professor Guy Boeckxstaens, gastro-enteroloog aan de KU Leuven en hoofdauteur van de studie, in 'De Wereld Vandaag':

Lees ook: