"We kennen onze buren niet meer"

7 december 2017
Jan Nolf
Minister Jan Jambon wil de wanorde van regels rond woonstcontroles opkuisen. Justitiewatcher Jan Nolf geeft hem gelijk. Al jaren ziet hij de anonimisering van bellen en brievenbussen met lede ogen aan. "We kennen onze buren niet meer", kaart hij aan in zijn column.

"Jan Jambon heeft gelijk"

Ontken het maar niet: u kent Jan Jambon. Maar Jan Jambon kent u niet genoeg. De minister wil de wanorde van regels in verband met woonstcontroles opkuisen. Helemaal gelijk geef ik hem en zelfs méér van dat.

De overheid mag en moet zelfs moet weten wie waar woont. Dat heeft niets te maken met Big Brother maar met goed beleid.

Je kan de noden van een samenleving niet inschatten als je de inwoners van je stad niet kent. Nog minder kan je dan oplossingen aanreiken of de middelen ervoor becijferen. En je weet dan zelfs niets eens bij wie je de centen voor dat beleid zou kunnen halen.

Gebrekkige woonstcontroles leiden tot spooksteden achter de façades. Terecht benadrukte de woordvoerder van de minister dat Molenbeek niet de enige gemeente is waar dingen op dat punt fout lopen.

Het politiereglement van Vilvoorde werd aangehaald als een voorbeeld van duidelijkheid. De wijkagent voert er onderzoek aan de hand van een checklist die ook wel breder peilt. Daar wordt ook geverifieerd of er afzonderlijke deurbellen en brievenbussen zijn – en dus ook de namen daarop.

Laat m’n pleidooi uitgerekend daarover gaan – met dank aan Jan Jambon en Hans Bonte. Ik zie de anonimisering van bellen en brievenbussen immers al jaren met lede ogen aan.

Toen ik als vrederechter ‘plaatsbezoeken’ uitvoerde stond meestal minstens één advocaat al bij de voordeur paraat. Maar ik keek toch altijd nog even of er een naam op de deurbel stond. Al te vaak bleek dat naamplaatje blanco.

Zelfs aan de mooiste voordeuren in ons Venetië van het Noorden valt het me op: hooguit een nummer en een bel met een code of een camera, maar geen naam meer. In Venetië zelf daarentegen, zie je deurbellen met naamplaatjes, versierd als juweeltjes: ik fotografeerde er recent een hele collectie.

De Brugse verordening op geschilderde huisnummers dateert nog uit de 19de (g)eeuw want ze verplicht dat nummer ‘in zwarte verf op witte achtergrond, afgebakend met een zwart kader’: een soort rouwbrief in cijfers lijkt het wel.

Afgezien van het feit dat de overheid geen huisnummer-kleuren meer mag opleggen ligt het probleem wel dieper.

We willen steeds minder als nummers behandeld worden maar we kennen de naam van onze buren niet meer.

Maar wat bezielt onze Vlaamse buren om hun naam steeds minder op bel of brievenbus te laten prijken ? Zijn ze bang om bij hun naam genoemd te worden ? 

Wildvreemden spreken elkaar op sociale media en in praatprogramma’s bij het eerste contact met de voornaam aan, maar o wee voor een buur.

We lijken het wel vergeten dat een naam elementair is om met mekaar te communiceren. Je vraagt geen naam aan de man of vrouw op het perron waar je een praatje mee maakt over het weer. Maar samenwonen in een zelfde straat is toch iets anders.

Je naam niet op je deurbel of je brievenbus aanbrengen heeft iets van een afwijzing.

Die geheimhouding kan zowel een hooghartige ‘splendid isolation’ betekenen als morbide angst voor de gerechtsdeurwaarder verbergen. Maar mensen, rijk of berooid, blijven mensen en zelfs de bomen groeien soms naar elkaar toe.

Je naam ‘afficheren’ biedt een fier signaal van vertrouwen: ‘zo heet ik en hier woon ik’. Vertrouwen verbindt een samenleving. Anders wordt het een wantrouwende, schimmige ‘naastleving’.

Bij deze mijn oproep voor een warmere buurt in de warmste week. Maak van je deurbel een Venetiaanse sierbel en van je brievenbus een sjieke sierbus: versier ze fier met het mooiste, je naam !

Jan Nolf is ere-vrederechter en justitiewatcher. Hij is één van de vaste columnisten voor radio1.be.

Lees ook: