"Zelfs sterven deed mijn grootmoeder beleefd"

8 maart 2018
Foto: Johan Martens
De zin 'heb je me gemist' duikt nu overal op. Reclame voor een televisieprogramma, maar het doet Eva Mouton ook denken aan haar oma. Haar oma waar ze van hield als kind en aan ergerde als puber. Maar ook een oma die ze nu erg hard mist. Dit is het middagjournaal van Eva Mouton voor "Nieuwe Feiten".

Er wordt een cactus geleverd. In de bloempot zit een houten tekstballon op een prikker. Er staat 'Heb je mij gemist?' in gelaserd. Het is reclame voor een tv-programma, geen post uit de wolken. Toch zet ik het potje op de schouw, naast de doodsprentjes van mijn grootouders. Om de beurt vragen ze: 'Heb je mij gemist?' Vandaag staat de bloempot naast mijn grootmoeder.

Mijn grootmoeder stierf een paar jaar geleden. Na de dood van mijn grootvader kwam ze elke woensdag bij ons 'haar dag passeren'. Zo noemde ze het zelf. Mijn ouders zorgden dat ze altijd wat om handen had. Grootmoeder trok daadkrachtig darmkanalen uit scampi's, streek strakke plooien in onze casual sweaters en stopte de kousen die we eigenlijk liever gewoon hadden vervangen.

In de Libelle lezen deed ze nooit in stilte. Ze fezelde de woorden. Als kind vond ik haar voorleesstem geweldig. Warm en droog en dieper als ik mijn oor op haar zachte borsten legde. Alleen zij mocht 'Het meisje met de zwavelstokjes' winter en zomer en 3 keer na elkaar voorlezen. En dan nog een keer.

Maar als puber ergerde ik mij aan de verhalen uit Libelle, die mijn grootmoeder niet aan ons, maar aan zichzelf zat voor te lezen. Ik zat tegenover haar chemie of aardrijkskunde te leren en kon mij niet concentreren. Toch heb ik uren naar haar bewegende, roze lippen gekeken, de duim die langs haar kin streek telkens ze de woorden moest hernemen. De rimpels tussen haar wenkbrauwen boeiden mij meer dan de polaire verbindingen in mijn cursus.

Hoe ouder mijn grootmoeder werd, hoe vaker mijn moeder ons moest waarschuwen. In de auto op weg van school naar huis keerde ze zich naar de achterbank, keek eerst mijn zus en dan mij aan en zei: ‘oma is weer gevallen. Haar gezicht is blauw, maar ze stelt het goed. Geen zorgen.’ Daarna trapte ze het gaspedaal in. Thuis troffen we onze grootmoeder aan, met een auberginekleurig gezicht over een borduurwerk gebogen. ‘Oma, toch,’ zei ik en ik gaf haar een kus. Maar ze bleef in haar rol, immer beleefd. Ze glimlachte en zei zoals elke week: ‘azo frisse kaken.’

Toen de situatie onhoudbaar bleek, verhuisde mijn grootmoeder naar een woonzorgcentrum. Ze had geen gewone kamer. Ze had de zonnigste kamer van heel het centrum, wat zeg ik, van alle woonzorgcentra in het land! Echt, zulke kamers kom je normaal nergens tegen. Fris lichtgeel geverfd, met een erker die uitkeek op de tuin. En kijk, ze mocht zelfs haar eigen meubels houden! Ons enthousiasme werd niet door haar gedeeld. Toch speelde ze mee. ‘Ik heb zelfs mijn eigen tv.’

Zelfs sterven deed mijn grootmoeder beleefd. Op een koude ochtend in februari liet ze zich wassen, at ze een boterhammetje met choco, en stierf een halfuurtje later zachtjes in bed.

‘Heb je mij gemist?’ vraagt mijn grootmoeder op de schouw. En ik weet het, het is reclame voor tv, maar ik schik de bloempot, zet oma’s kaartje recht, check of er niemand in de living is en fezel ‘ja’, op een manier die me als puber met mijn ogen had doen rollen.

Lees ook: