"Doden zijn niet op kerkhoven. Ze zijn hier, bij mij"

3 november 2019
De herfstvakantie is bijna voorbij en velen hebben deze week hun doden geëerd. Ook onze columniste Bieke Purnelle heeft een kerkhof bezocht. Haar 'Held van de Week' is haar overleden broer...

Dag broer,

Het is een eeuwigheid geleden dat ik een kerkhof bezocht. Niet omdat de doden mij niet kunnen schelen, maar omdat ze daar niet zijn. Ze zijn immers hier, bij mij. Je bent er niet meer, maar je bent uitdrukkelijk aanwezig, op zoveel onaangekondigde momenten, op de gekste plaatsen, wanneer ik je wel of helemaal niet had verwacht.

Ik heb geen chrysanten nodig om aan je te denken. Dat gebeurt vanzelf. De vraag wat jij ergens van zou vinden ligt op zoveel plaatsen op de loer.

In krantenartikels over sociaal-economische kwesties. In je vulpen in mijn bureaulade, uit een tijd toen je handgeschreven stukjes indiende bij Veto. In de paar meter oude wielerboeken in mijn kast. In de handgemaakte metalen wielrennertjes. In alle sms’en die ik niet naar je kan sturen op hoogdagen als De Ronde van Vlaanderen. In het kalfsblanquette met doperwtjes op de ouderlijke tafel, waar je gek genoeg een hekel aan had. In teveel peper in de soep.

Water en vuur werden wij genoemd. Altijd kibbelend, nooit in harmonie. 

Vandaag mis ik onze oeverloze discussies. Over wie de beste, grootste, sympathiekste wielrenner was. Over hoe rechtvaardig beleid eruitziet. Over kalfsblanquette met erwtjes. Over Bob Dylan versus Joni Mitchell. 

Ik mis hoe je haarlak of goedkope deo door het sleutelgat van mijn tienerkamer spoot om me te jennen, waarna ik voorspelbaar uit m’n dak ging, wat natuurlijk de bedoeling was. Ik mis de buil op je voorhoofd van die keer toen ik een melkpot naar je hoofd mikte.

Ik mis je geknor en je ongevraagde commentaar op belangrijke en triviale feiten.

Ik mis je mening, je stelligheid, je doordachte én willekeurige argumenten, je flauwe grappen en je schaarse, maar stevige omhelzingen.

Intussen lijk ik meer op jou dan toen, in het driftig schrijven, in de liefde voor het wielrennen, in te veel politieke ergernis. Geen idee hoe dat zo gekomen is. Wanneer ik de krant lees voel ik je soms over m’n schouder meelezen. Je fluistert me bezwaren en argumenten in die ik me plots levendig voor de geest haal. Zo herinner ik me een discussie over werk en passie. Hoe ik er, jong en argeloos, van overtuigd was dat die twee samen moesten vallen, en jij me op knorrige toon duidelijk maakte dat werk voor de meeste mensen gewoon brood op de plank betekent, en soms gewoon hard en ondankbaar labeur. Natuurlijk had je gelijk. Ik ben het nooit meer vergeten. 

Ik zou zo graag nog eens met je bekvechten. Over de vakbond of Philippe Gilbert, over het nieuwe parcours van de Tour en het regeerakkoord. Over fietsen. Over het cordon sanitaire en het middenveld. Over hoeveel peper er in de soep mag. 

Gemis woont niet op kerkhoven en begraafplaatsen. Gemis is een hinderlaag.

Lees ook:

Radio 1 Select