‘Ge waart toch beter in ’t onderwijs gegaan, hé, meiske, hoeveel keer heb ik je dat nu al gezegd?’

7 juni 2020
Ann De Craemer schreef jarenlang columns voor De Morgen, maar werd eind april de deur gewezen. Reden? Besparingen en meer zelfs: dalende advertentie-inkomsten door corona. En dat terwijl haar moeder een goeie toekomst voor haar dochter zag in het onderwijs.

‘Ge waart toch beter in ’t onderwijs gegaan, hé, meiske, hoeveel keer heb ik je dat nu al gezegd?’

Wanneer ik die dag de telefoon neerleg, zijn het de eerste woorden die door mijn hoofd gaan – die van mijn moeder, die al zo vaak heeft gezegd dat ik na mijn studie Germaanse de lerarenopleiding had moeten volgen. Want: ‘in ’t onderwijs is er altijd werk en ge hebt veel vakantie en ge krijgt later een schoon pensioen.’

Maar ik volgde mijn hart. Ik werd freelancer en schrijfster

In het begin zag ik soms zwarte sneeuw, maar je bent jong en je wilt wat, namelijk leven van je passie, en dus zet je door.

Soms valt het zwaar tegen met die passie. Flashback naar niet zo lang geleden, meer bepaald donderdag 30 april. Rond vier uur verschijnt op het scherm van mijn smartphone de naam van de hoofdredacteur van De Morgen. Bart zegt dat ik moet stoppen met mijn column voor de krant, die ik al twee jaar twee keer per week schreef. Daarvoor was ik acht jaar vaste freelancer voor De Morgen. Oorzaak van mijn gedwongen vertrek: besparingen. Of meer bepaald: dalende advertentie-inkomsten door corona.

Gij fucking corona. Een week eerder nog had ik tegen vrienden gezegd dat ik me tijdens deze crisis geen zorgen maakte om zonder werk te vallen, want er werden nu toch meer dan ooit kranten gelezen en gekocht. Terug naar 30 april. Ik facetime mijn ouders om het slechte nieuws mee te delen. Financieel is het een aderlating, want de voorbije twee jaar waren mijn columns een goed vast inkomen, maar ook emotioneel is het een klap: voor het eerst in tien jaar zal ik niet meer voor de krant schrijven waar ik destijds als onbekend schrijvertje zelf aan de deur had geklopt. Ik huil tijdens ons Facetime-gesprek. Nog voor mijn moeder over het onderwijs begint, vraag ik haar dat alsjeblieft niet te doen. Ze zucht: ‘We willen gewoon het beste voor u, meiske.’ Ik zeg haar dat ik weer op mijn poten zal vallen, want dat heb ik altijd gedaan.

Ik barst écht in tranen uit wanneer ik op de rode stopknop van het FaceTime-scherm druk. Want wat nu? Samen met de columns voor De Morgen en een paar andere terugkerende opdrachten kon ik eindelijk deftig leven van mijn pen. Ik bel en whatsapp mijn beste vrienden die me zeggen dat het wel weer goed komt. Ja, lieverds, maar dit zijn coronatijden. Op Twitter deel ik mee dat het basta is bij De Morgen. Meest terugkerende reactie: ‘Waar een deur sluit, gaat een andere weer open.’ Oh, right. Lief, hoor.

Maar met Bond Zonder Naam-wijsheden zal ik mijn rekeningen niet betalen

‘En de inkomsten van uw boek’, tweet iemand, ‘en de vele lezingen die daaraan gekoppeld zullen zijn? Opnieuw: gij fucking corona. Door corona heb ik samen met mijn Nederlandse uitgeverij Atlas Contact besloten de publicatiedatum uit te stellen van september naar het voorjaar van 2021. Mocht er, zoals door velen voorspeld, in de herfst een heropflakkering van het virus zijn, dan is dat slecht voor de verkoop. Ik wil dat de boekhandels open zijn wanneer mijn boek verschijnt. Daarom is de publicatiedatum verplaatst naar het voorjaar van 2021.

‘Allez hup,’, zei mijn moeder, ‘weer geld waar je moet op wachten.’ Mijn moeder is, voor de duidelijkheid, trots op me, maar in West-Vlaamse arbeidersmilieus wordt zoiets niet hardop gezegd. Ik heb haar intussen, eergisteren zelfs, kunnen geruststellen: ik begin volgende week met een column in een andere krant. Welke, dat mag ik u nog niet zeggen. Maar dit wil ik u tot slot wel nog meegeven. Een citaat van Louis Paul Boon dat naast mijn computer hangt, en dat geldt voor iedereen, van blokkende student tot werkende mens; voor u allemaal, dus:

Ge moet nooit voor uzelf de zon gaan zoeken in de boeken of op de kermis, in de kerk of onder de rokken van een vrouw, in het diepste van de zee waar veel geld moet liggen of in de verte waar misschien een luilekkerland is, maar ge moet met liefde arbeiden aan het werk waarin ge het handigst zijt, en beseffen dat uw werk, hoe simpel het ook is, deze en de komende geslachten helpen zal. Over uw eerlijke arbeid in dienst van de gemeenschap zittend, zult ge ontdekken dat ge nergens de zon moet gaan zoeken, want zij zit binnen in u.

Beluister de column van Ann De Craemer voor 'De toestand is hopeloos maar niet ernstig':

Lees ook: