Haten is een hobby geworden

21 april 2017
“Bol af met dieje zever!” “Leert schrijven journalistje van m’n voeten” of “Hier zijn ze weer, de poco politie!”
Jozefien Daelemens (©Camille Rumping)

Jozefien Daelemens (©Camille Rumping)

Iedereen kent ze intussen: de haatreacties op sociale media. Het internet heeft ons mooie dingen gebracht: onbeperkte toegang tot kennis, vriendschappen met mensen over de hele wereld en soms zelfs nieuwe liefdesrelaties. Maar de gal die momenteel online gespuwd wordt, is mijns inziens toch een van de grootste nadelen van het wereldwijde web.

Twitter laat elke dag meer dan 500 miljoen meer of minder genuanceerde miniboodschapjes uitvliegen.

Elk uur worden er op Facebook meer dan 30 miljoen comments gepost. Twitter laat elke dag meer dan 500 miljoen meer of minder genuanceerde miniboodschapjes uitvliegen. Laat die getallen even tot je doordringen. De luidste roepers bepalen vandaag de toon van het gesprek. We zijn geëvolueerd naar een cultuur waarin online schelden het nieuwe normaal is.

Online schelden is het nieuwe normaal

Zo heb je van die mensen die de hele dag op Twitter zuur zitten zijn. Maakt niet uit wat er op de nieuwssites gepubliceerd wordt, altijd hebben ze wel wat te haten. 50 tot 100 tweets per dag met boze en sarcastische opmerkingen over alles en iedereen. Ik vraag me af hoe die mensen aan hun dag beginnen.

Dat ze, terwijl ze een artikel lezen, al zitten nadenken over een sarcastische oneliner in 140 tekens waarmee ze likes kunnen scoren bij hun achterban. Zouden ze op de duur ook in haattweets beginnen denken? Dat ze iets zien gebeuren en denken: “Ha! Daar kan ik vast iets gemeen en gevat over zeggen om mijn intellectuele superioriteit te benadrukken!”

De huistrollen, ze bestaan.

Of de mensen die er een sport van maken om op Facebook hele hoofdstukken te typen onder nieuwsberichten, terwijl ze eigenlijk een dossier voor hun werk moeten afmaken of een gesprek met hun vrienden zouden kunnen hebben. Maar de plicht roept en de wereld moet en zal weten hoe verbolgen ze zijn over paaseirapende moslimkindjes of mediageile politici. Zucht.

Onlangs hoorde ik van mijn collega’s in de online media dat er zelfs mensen bestaan, de zogenaamde huistrollen, die hun haatcomments eerst uittypen in een Word document en dan copy-pasten op elke nieuwssite en Facebookpagina die berichten publiceert waarover zij wat te mekkeren hebben.

Zonde van tijd en energie

Haten is een hobby geworden. Wat een zonde van tijd en energie. Want met haat en cynisme kom je geen stap verder. Je kan het dan nog zo oneens zijn met wat er in de wereld gebeurt, online liggen haten gaat er geen sikkepit aan veranderen. Je hebt hoogstens je hart kunnen luchten. Haat lijdt enkel tot meer haat, zo monden online discussies regelmatig uit in gescheld en loze verwijten.

Wanneer ik zelf geconfronteerd word met haatreacties, door dingen die ik geschreven heb, zakt de moed me soms in de schoenen en verlies ik mijn geloof in de mensheid. Dan haal ik een paar keer diep adem om niet toe te geven aan de boosheid. Meestal herlees ik een passage van een van mijn favoriete schrijfsters, Caitlin Moran die me weer hoop geeft.

Die komt ongeveer hierop neer: cynisme is een harnas, het beschermt je tegen teleurstellingen. Want wie cynisch en haatdragend is, hoeft nergens enthousiast over te zijn. Wanneer je je enthousiasme of hoop uitspreekt, loop je immers het risico om teleurgesteld te worden. Cynisch en boos zijn is veilig, maar het is ook nee zeggen tegen alles. En de wereld is nog niet beter geworden van mensen die overal nee tegen zeggen. Het is makkelijker om langs de zijlijn commentaar te geven dan ergens constructief iets aan te veranderen.

Wil je de wereld veranderen, begin dan bij jezelf. Negeer boze berichten. En bedenk de volgende keer dat je verleid wordt om je frustratie online te ventileren, dat je de wereld een beetje beter maakt door het niet te doen. 

If you don't have anything nice to say, don't say anything at all.