"Ik geef haar gelijk en bedenk hoe fijn ik het zou vinden mocht ze later taal gaan studeren"

26 juni 2019
Dit is de nieuwe column van Rika Ponnet. Voor iedereen, en in het bijzonder voor wie nu voor een studiekeuze staat.

"De grenzen van mijn taal zijn de grenzen van mijn wereld” – Ludwig Wittgenstein

Ze hebben de dag erna herhalingstoets dictee en taalbeheersing. De dt-regel passeert. Inversie, maar ‘je’ is niet hetzelfde als ‘je moeder’. Vreemde woorden als stagiair, strategieën en encyclopedieën, de tussen ‘n’, wel bij pannenkoeken, niet bij kattebelletje, al kan die laatste ook met n, mochten we Snoes, onze poes, een belletje aanbinden. Ze zuchten, want mama, waarom moet je dit leren? Als ik typ verbetert de computer het toch zelf? En die synoniemen, context, verband, perspectief en situatie dekt ze dan toch allemaal. Met dat ene woord doen we het toch, niet? Ik heb het met hen over hoe twee woorden hetzelfde kunnen betekenen, maar toch nooit helemaal hetzelfde zijn. Ze hebben het over een vriendinnetje dat moet lijnen. Hoe pijnlijk ‘dik’ is, maar nog veel pijnlijker ‘vet’ en het toch allebei gaat over het teveel aan kilo’s. En dat het inderdaad goed is om de andere niet te kwetsen. Dat je dan woorden hebt die hetzelfde zeggen, maar niet zo kwetsend zijn. Een beetje zwaarder suggereert de ene dochter. Veel om van te houden, lacht de andere. Ze vertrekken naar school, enigszins overtuigd.

Ons gesprek doet me denken aan het actieplan dat de taal- en letterkundeprofessoren een aantal maanden geleden de wereld inzonden. Te weinig jongeren kiezen voor een talenopleiding, op korte tijd zakte het aantal studenten met een vierde. Nu al merken veel scholen hoe moeilijk het is om een talenleerkracht te vinden. De argumenten die de proffen hanteren zijn welbekend. In een superdiverse en gemondialiseerde samenleving is talenkennis van cruciaal belang willen we elkaar begrijpen. Geletterdheid blijkt op de arbeidsmarkt van minstens zo grote waarde te zijn als ‘gecijferdheid’. Hoe kunnen we immers de complexiteit van de wereld vatten en tegemoet treden, als we geen taal hebben om dat te doen?

Het onderwerp komt ook aan bod tijdens een gesprek dat ik die dag heb met een bevriende therapeute, die net als ik eerst als germaniste afstudeerde. We zijn er allebei van overtuigd dat geen twee domeinen zo complementair zijn als talen en psychologie. Omdat het tot stand brengen van een veilig aanvoelende werkrelatie met elke cliënt cruciaal is en die er altijd in belangrijke mate komt vanuit de brug die taal heet. Omdat in het werk met cliënten ‘hertalen’ centraal staat: het zoeken naar een taal om te verwoorden wat er werkelijk leeft, wat ons beweegt, raakt en doet lijden. En hoe dat altijd weer een afstemmingsverhaal is met jezelf, als cliënt en als bemiddelaar, tussen cliënt en bemiddelaar. En ik denk aan al die relaties, liefdes en andersoortig, waarin mensen niet de woorden vinden, niet de taal om de andere te bereiken. Men niet verder geraakt dan ‘goed’ en ‘ça va’. Het gevoel dat de andere werkelijk van een andere planeet komt en het woordenboek niet meegekomen is.

Op Facebook lees ik eveneens diezelfde dag een bericht, ‘dat taal altijd tekort schiet, te beperkt is, in het verwoorden van wat moeilijk is in dit leven’ en ik kan het niet nalaten daarop te reageren. Dat taal niet beperkt is, niet tekort schiet, maar net oneindig plastisch is, ons altijd opnieuw de mogelijkheid biedt om het te proberen te zeggen en in die afstemmingsoefening onze allergrootste kracht, ons allergrootste vermogen als mens zit. Taal ons zo altijd bij onszelf en de ander brengt. Het lijkt me het belangrijkste argument om taligheid de aandacht te geven die ze verdient. Omdat taal ons verbindt. Omdat een fijnmazige beheersing van die taal de kwaliteit van onze verbondenheden bepaalt. Omdat taal ons maakt tot het sociale wezen dat we zijn.

De toetsen zijn goed geweest, blijkt die avond. Een mop is een moptje geworden, ondanks een totale afwezigheid van West-Vlaamse roots en het leven wordt gelijd. Ze vindt het maar gedeeltelijk ‘fouten’. Ik geef haar gelijk en bedenk hoe fijn ik het zou vinden mocht ze later taal gaan studeren.

Lees ook:

Radio 1 Select