"Kom op voor jezelf, eis je plek op. Het leven is aan de durvers"

7 maart 2021
© Wikimedia Commons
Voormalig tennisser, Sabine Appelmans, coachte na haar carrière het Belgische Fed Cup Team. Daarnaast analyseert ze het tennis, is ze performance coach én een fervent padel speler. In haar column voor 'De toestand is hopeloos maar niet ernstig' vertelt ze over het prille begin van haar tenniscarrière.

Ik kom uit een katholiek nest, geboren in Aalst en opgegroeid in een deelgemeente van Aalst, Erembodegem. Mijn mama zag het al voor zich: haar dochter zou gaan studeren. Zij hadden die kans niet gehad en moesten al jong gaan werken. Maar ik zou dus verder studeren. Niet per se aan de universiteit, dat was misschien wel heel hoog gegrepen. Nee, boekhouding of zo, dat zou mooi zijn en dan voor een goeie baas gaan werken. Ik haalde prima cijfers op school maar nog liever sloeg ik als het kon honderdduizend keer, ik overdrijf misschien maar het was echt heel veel, met een tennisballetje tegen de garagepoort. Mijn papa vertelt soms nog dat hij op een bepaald moment de garagepoort heeft moeten verstevigen want anders had ik er een gat in geslagen.

Ik hoorde dus bij de beste van het land in mijn leeftijdscategorie.

Ik ging tornooien spelen. Eerst in de omgeving van Aalst. Ik won alles. Dan in de rest van Vlaanderen en ik bleef winnen. Op de Belgische kampioenschappen haalde ik als 10-jarige de finale. Ik hoorde dus bij de beste van het land in mijn leeftijdscategorie. De tennisfederatie had mij intussen natuurlijk ook al opgemerkt. Na enkele geslaagde stages kreeg ik een brief in de bus.

“Sabine is geselecteerd voor tennis & studie.” Dat betekende overdag naar school en na school tennissen en aan de conditie werken. Euforie alom, allé, bij mij toch. Alleen de beste mogen daar naartoe hè mama en papa! Zo probeerde ik hen te overtuigen. Mijn mama zag haar dochter niet graag vertrekken naar het verre en onbekende Antwerpen. Mijn papa, mijn grootste supporter en chauffeur, wilde toch ook wel weten hoeveel dat allemaal ging kosten.

Dit was mijn kans om een internationale tenniscarrière uit te bouwen.

Maar ik was niet te houden. IK wilde naar de tennisschool, op internaat, de hele week weg van huis. Niet dat ik per se thuis weg wou maar ik rook toen al mijn kans. Dit was mijn kans om een internationale tenniscarrière uit te bouwen.

Eerst moest er natuurlijk getraind worden, vele uren, op en naast de tennisbaan. Discipline en hard werken, dat waren de basisregels. Ik werd al snel beloond met de selectie voor een internationaal tennistornooi onder 12 (jaar oud) met de beste van de wereld.

Alle spelers sliepen in een hostel, heel basic allemaal. ’s Morgens werden we met een busje naar de tennisclub gebracht en ’s avonds na de wedstrijden reed het busje terug naar het hostel.

Weer blijf ik achter omdat er een paar spelers voordringen. Dit is niet leuk meer.

De eerste dag stond ik na een zware en felbevochten match op het busje te wachten. Intussen was bijna iedereen klaar met spelen en meer en meer spelers daagden op. Als het busje er eindelijk aankomt drumt iedereen voor zodat er voor mij geen plek meer is. “Ok, dan wacht ik op de volgende rit”, denk ik. Exact hetzelfde gebeurt. Weer blijf ik achter omdat er een paar spelers voordringen. Dit is niet leuk meer. Wanneer ik uiteindelijk in het hostel aankom en eindelijk ook kan eten blijven er nog een paar boterhammen over en muizenstrontjes, je weet wel hagelslag.

De charcuterie en kaas die waren al lang op. De volgende dag gebeurt net hetzelfde. Ik was natuurlijk veel te braaf en durfde mijn mond niet open te doen wanneer die internationale spelers, die veel beter waren dan mij en hoger op de wereldranglijst stonden, mijn plaats op het busje innamen.

Dag 3 vond ik dat het genoeg was geweest: deze keer zou ik me niet laten doen! De ganse dag fantaseerde ik over hoe ik het zou aanpakken die avond. Zou ik iedereen opzij duwen of zou ik vriendelijk zeggen dat ik daar al eerder stond. Ik koos in een opwelling uiteindelijk toch voor de harde aanpak. Ik duwde en schopte mijn weg in dat busje. Oef. Eindelijk had ik nog een schelletjes kaas tussen mijn boterham en er was zelfs nog warm water om te douchen.

Kom op voor jezelf, eis je plek op. Het leven is aan de durvers.

De dag er na was ik echt bang. Was ik niet te hevig geweest? Wat als ze mij terug willen pakken? Maar wat gebeurde…de voorstekers zagen mij staan en maakten spontaan plaats voor mij. Ik had hun respect afgedwongen. En ik had een belangrijke les geleerd. Kom op voor jezelf, eis je plek op. Het leven is aan de durvers.

Stel je voor dat ik mijn plaats in het busje toen niet had opgeëist. Op een dieet van muizenstrontjes had ik zeker nooit de internationale tennistop bereikt.

Beluister de column van Sabine Appelmans voor ‘De toestand is hopeloos maar niet ernstig’ via Radio 1 Select.

Ontdek ook de andere columns uit de uitzending: