"Sinds die dag, goed vier jaar geleden, hebben we onze kinderen nooit meer gestraft"

14 maart 2018
Gezinspsychologe en moeder Nina Mouton is geen voorstander van straffen. Haar zoon (uiteraard) ook niet. Dus maakten ze een afspraak. Maar gehoorzaamt hij nu nog wel?

Nooit meer straffen, zo luidde de afspraak tussen mijn zoon en ik, op zijn vraag en op vraag van mijn moederhart. En sinds die dag, goed vier jaar geleden, hebben we onze kinderen nooit meer gestraft. Maar hoe pak je zo een koerswijziging concreet aan? En gehoorzamen je kinderen dan wel?

Net zoals het met de opvoeding van ieder kind gaat, is het zogeheten onvoorwaardelijke ouderschap een langdurige zoektocht. In het begin diende elk lid van ons gezin zich aan te passen aan de nieuwe aanpak, maar al snel bleek dat het opgeven van de machtsstrijd – wij als ouders tegen hen, de kinderen - alle partijen rust gaf. En dat effect is tot nu toe blijvend.

Onze aanpak? We overleggen over heel veel zaken. Van schermtijd tot slaapritueel, van kledij tot de plaatsen aan tafel.

Over bepaalde zaken, zoals veiligheid en gezondheid, valt er níét te onderhandelen. Tanden moeten worden gepoetst… Als je de straat oversteekt, geef je een hand… Maar, ook rond deze thema’s leggen we het belang ervan uit en verwachten we niet dat de kinderen klakkeloos doen wat we vragen.

Bij jonge kinderen is overleggen moeilijker, toch kan je de zaken uitleggen en hen woorden aanreiken. Een belangrijke hefboom hierbij is het erkennen van hun emoties. Jonge kinderen worden overweldigd door emoties. Kwaadheid, verdriet en angst duiken op in een fractie van een seconde, zo snel dat ze hun reactie nog niet kunnen reguleren. Je kind maakt het jou op dat moment niet moeilijk: je kind heeft het zélf moeilijk. En daarin kunnen wij hen begeleiden. We kunnen verder kijken dan het gedrag en op zoek gaan naar de achterliggende behoefte van het kind, wat opnieuw erkennend werkt. Het gedrag en de emotie zal daardoor afzwakken, want het kind voelt zich begrepen. Hij merkt dat je als ouder weet waar het écht over gaat.

Want stel je even het volgende voor: je hebt ruzie gehad met een collega op het werk, je baas heeft je daarover aangesproken en schuift de schuld in jouw schoenen. Je komt thuis en barst in tranen uit. “Je moet daarvoor toch niet huilen!?”, reageert je partner. “Doe toch niet flauw! Ik praat pas tegen je als je stopt met huilen…” Deze reactie zal jij wellicht niet pikken. Je zal kwaad worden, want je wil op z’n minst horen dat je partner ziet hoe moeilijk je het hebt. Copy-paste naar je kinderen.

Zijn er dan geen grenzen? Uiteraard wel. Daar ga ik graag volgende keer op in.

Lees ook: