Stellen gehoorimplantaten binnenkort zichzelf juist af?

31 maart 2021
© Franco Antonio Giovanella (Unsplash)
Er is een nieuwe generatie ‘slimme’ gehoorimplantaten op komst. Professor Tom Francart van het departement neurowetenschappen aan de KU Leuven doet er momenteel volop onderzoek naar. "Op basis van het omgevingsgeluid zou het implantaat zichzelf moeten bijregelen in de toekomst", zegt hij in 'Nieuwe Feiten'.

“Een hoorimplantaat, ook gekend als een cochleair implantaat, is bestemd voor mensen die volledig doof zijn of een heel ernstig gehoorverlies hebben waarbij we hen niet meer kunnen helpen met een klassiek hoorapparaat" legt Tom Francart uit. "Een implantaat werkt als volgt: we implanteren dat in de cochlea, het slakkenhuis van het oor en via elektrische stroom wordt de gehoorzenuw gestimuleerd. Zo kunnen die mensen terug horen, puur via elektrische stimulatie.”

Dat systeem werkt heel goed, maar er is nog ruimte voor verbetering. “Een van de moeilijkheden is dat zo’n systeem moet worden ingesteld per persoon. Dat wordt gedaan door een audioloog in het ziekenhuis en kost heel wat tijd en inspanning. Dat kan dus ook niet heel frequent gebeuren. Met het nieuw systeem dat we aan het ontwikkelen zijn, hopen we om dat wat te automatiseren zodat het zelfs bij de mensen thuis kan”, aldus Francart.

Elektrodes

Het implantaat stuurt dus signalen naar de hersenen, maar het is moeilijk om te weten of het signaal juist binnenkomt en of het geluid dus klinkt zoals het zou moeten klinken. “Dat is waar onze nieuwe technologie van pas kan komen. Die gaat de hersengolven opmeten via het cochleair implantaat. Zo’n implantaat werkt met elektrodes die heel dicht bij de hersenen zitten. Via diezelfde elektrodes kunnen we hersengolven oppikken waarmee we kunnen onderzoeken hoe we het implantaat beter kunnen afstellen per persoon. Dat zou dan een ‘slim’ implantaat zijn dat op basis van de reactie op het geluid nog beter gaat stimuleren.”

Een cochleair implantaat wordt niet enkel gebruikt bij mensen die volledig doof zijn. “Er zijn twee grote populatiegroepen die cochleaire implantaten kunnen gebruiken. Enerzijds kinderen die van bij de geboorte doof zijn. Die gaan we echt al vanaf hun eerste levensjaar een implantaat geven. Zo kunnen zij een relatief normaal gehoor ontwikkelen. Een andere belangrijke categorie zijn oudere mensen die gaandeweg hun gehoor verloren zijn. Zij kunnen op latere leeftijd een implantaat krijgen en hebben een groot deel van hun leven op een normale akoestische manier gehoord”, vertelt Francart.

Afstellen per situatie

Het implantaat afstellen gebeurt nu manueel en wordt binnenkort dus misschien automatisch gedaan. Zullen die mensen dan ook automatisch beter horen? “Dat hopen we natuurlijk. In eerste instantie zal het vooral sneller en gemakkelijker worden, maar misschien niet meteen beter dan dat een audioloog het zou doen. Later zou het vooral sneller veranderingen van het gehoor in rekening kunnen brengen.” Ook zou het makkelijker worden om het gehoor per situatie af te stellen. “Als ik bijvoorbeeld een implantaat heb en ik ga van mijn kantoor naar een feestje, dan gaat mijn implantaat zich niet aanpassen. Ons systeem zou wel in staat kunnen zijn om naargelang de omgevingssituatie het implantaat aan te passen en beter te gaan stimuleren.”

Het project van Francart zit nog in de experimentele fase, maar er wordt volop aan gewerkt. “Op dit moment hebben we vooral aangetoond dat het mogelijk is om hersensignalen te meten via de elektroden van zo’n cochleair implantaat. In een ander onderzoek hebben we een heel aantal stappen gezet om automatisch die instellingen van het implantaat aan te passen. Maar om het geheel samen te brengen, moeten nog wat stappen gezet worden."

Brein-interface in de toekomst

De technologie biedt niet enkel vooruitgang in de gehoortoepassingen aan. “Het meten van hersensignalen is een ‘hot topic’ en daar is van alles mee mogelijk. Brein-interfaces worden bijvoorbeeld plots een optie. Daarbij kan je via je hersenen bepaalde informatie aan een computer geven. Dat kunnen simpele dingen zijn zoals vragen aan je hersenen om je implantaat luider of stiller te zetten, of iets complexer als de telefoon opnemen. Ik zie een heel scala aan mogelijkheden met het chronische meten van hersengolven via zo’n implantaat.” De heilige graal van de breincomputer-interfaces is een tekst bedenken en die automatisch op een computerscherm laten verschijnen. “Ik sluit niet uit dat dat ooit mogelijk is met dit soort technologie”, besluit Francart.

Beluister het gesprek met Tom Francart uit ‘Nieuwe Feiten’ via Radio 1 Select.

Lees ook: