"Daar zitten we dan met z’n tweetjes, op een klein duplexappartement zonder tuin of terras, en al zeker geen trampoline"

19 april 2020
©James Arthur
De tuincentra zijn opnieuw open, maar daar heeft zangeres en actrice Deborah Ostrega niks aan. Want ze moet met haar zoon van tien de lockdown zien door te komen op een klein appartement in Antwerpen, zonder terras.

Het is donderdagmorgen 11u. Antwerpen. Tienjarige Mini-Me is bij mij in bed gekropen en samen kijken we naar de WhatsApp familiegroep. We kijken naar filmpjes en foto’s van dag ervoor. Limburgse boswandelingen, BBQ in Limburgse tuinen, véél tuinen en al evenveel trampolines.
“Mama, het is toch Paasvakantie nu! Kunnen we dan eindelijk eens naar Bobbejaanland gaan?.
“Dat kan toch niet? Bobbejaanland is toch ook gesloten...” zeg ik.
“Ow ja! Stomme corona! En er mag nog altijd geen vriendje komen spelen, zeker?” zegt hij.
“Zullen we dan maar gaan pannenkoeken bakken?” zucht ik.

Daar zitten we dan met z’n tweetjes, op een klein duplexappartement zonder tuin of terras, en al zeker geen trampoline! Het speelpleintje 50 meter verder op, is nu met rood-witte lint afgesloten. Al twee jaar durft hij daar alleen naartoe. Toen, een nieuwe mijlpaal voor hem en voor mij een stukje herwonnen vrijheid! Maar sinds de lockdown is het dus terug naar af.
Ik sta 100% in, voor zijn ontspanning.
“Mama, wat gaan we doen vandaag?”
“Mama, ik ben nog een kind, ik moet veel spelen.”
“Mama, ik wil het ‘Leven van een Loser deel 10’ lezen, maar die heb ik niet!”
“Mama kom je met mijn Lego spelen?” 
“Mama, mag ik nu dan effe gamen?”
“Goh ok! Doe maar…” zeg ik dan verstrooid.
Om een minuut later te denken, dat heeft ie al gedaan vandaag en al veel te lang….

Resoluut zeg ik dat we nog wat schoolopdrachten gaan doen. Gezellig toch! met je zoontje huiswerk maken! Geloof je het zelf? Waarom kent hij nog altijd het verschil niet tussen werkwoord, stam, infinitief en persoonsvorm. Wat is in godsnaam weer een bijwoord… en wat is dat met die open en gesloten bek bij rekenen en heet dat niet gewoon groter en kleiner dan?
En vooral, waarom kan hij het niet alleen?

Als we eindelijk klaar zijn begint Janusz opgelucht als een gek rond te rennen. Rond de tafel, van het keukenraam tot aan de livingvenster, het huis trilt ervan. Ik tril ervan. Hij stuitert: “Kunnen we niet even naar het stadspark, Mama! Daar kan jij op een bankje zitten en kan ik skaten op de ramps!”
“Nee, Janusz dat mag toch niet!”
“Ow ja!”
“Maar we gaan wél wandelen” probeer ik opgewekt!
“Maar, ik wil niet wandelen!”
“Maar we gaan toch!...”

Op de hippe nieuwe Scheldekaaien lijkt het vandaag wel koppenlopen zoals op een zomerse dag op de dijk van Knokke-Heist. We maken rechtsomkeer. Al stuiterend oefent hij zijn “parcoursvaardigheden”. Elke bank, bloembak, vuilbak of muur van een herenhuis moeten eraan geloven.
“Mama kijk dan, ik plak tegen de muur! “
“Ja ja jongen, ik heb het gezien...jij kan heel goed tegen de muur plakken.”

Op het pleintje met bankjes vraagt hij fluisterend of de mensen niet te kort bij elkaar zitten. Ik zeg hem dat ze de afstandsnorm respecteren.
“Maar ze zeggen toch dat het eigenlijk niet meer mag, op bankjes zitten hè Mama! Maar hoe moet jij dan rusten, als ik aan het skaten ben?”
“Dan ga ik wel op de grond zitten naast het bankje, lieve schat.”
“Ok dan!”

“Kijk mama” zegt ie plots “Er zijn ineens heel groene blaadjes aan de bomen.”
Ik word er stil van.
Ik zeg hem dat de lente aan ons voorbijgaat.
“Das niet waar mama! Je moet niet zo depressief doen. Je moet gewoon, heel goed kijken!”

Deborah Ostrega

Beluister de column van Deborah Ostrega in 'De toestand is hopeloos, maar niet ernstig':

Lees ook:

Radio 1 Select