“De meest zinvolle gesprekken zijn de gesprekken zonder woorden, waar je niets zegt”

25 april 2021
© Karel Hemerijck
Als voorzitter van de CM waakt Luc Van Gorp over de gezondheid van 4,5 miljoen leden en bijna 8000 medewerkers. Met zijn studies verpleegkunde, filosofie en theologie heeft hij een brede kijk op onze gezondheidszorg. Daarnaast bracht hij deze maand zijn derde boek uit. ‘Mensenmaat. Een pleidooi voor imperfectie’ gaat verrassend genoeg niet over hoe we gezondheidszorg moeten organiseren, wél over de mens en de samenleving waarin die mens moet functioneren.

Luc Van Gorp is voorzitter van het grootste ziekenfonds van ons land, al houdt hij niet van de term ‘ziekenfonds’. “Ik prefereer de term gezondheidsfonds. Bij ziekenfonds wordt de focus gelegd op zieken en niet op de mensen die niet ziek zijn. Als we de aandacht vestigen op gezondheid, dan bereiken we iedereen. Alle mensen zijn beperkt en hebben vragen rond welzijn en zorg”, aldus Van Gorp.

‘Mensenmaat. Een pleidooi voor imperfectie’

Afgelopen maand bracht Van Gorp zijn derde boek uit: Mensenmaat. Een pleidooi voor imperfectie. “Vanaf mijn geboorte heb ik gevoeld en gezien dat mensen kwetsbaar zijn. Het is een heel harde wereld rondom ons, waarin we moeten proberen om stand te houden. Dat lukt voor veel mensen momenteel niet. Een half miljoen Belgen zijn langdurig ziek. Dat is zo’n 16% van de actieve bevolking, wat heel veel is. Ze kunnen kampen met depressies, burn-outs of andere ziektes die vaak een connectie hebben met de werksituatie maar vaak ook veel dieper geworteld zitten”, aldus Van Gorp.

Van Gorp stelt daarbij de vraag of we wel het juiste systeem hanteren en de belangrijke dingen genoeg aandacht geven. “De mens is geen object waar we aan kunnen sleutelen tot we perfectie bereiken. Het is niet de mens die is veranderd, maar de wereld. We leven momenteel op een lineaire manier. We zijn geobsedeerd door leeftijd, ouder worden en de kwantiteit van leven. We moeten proberen om naar een meer circulaire manier van leven te gaan, waar we de kwaliteit van het leven vooropstellen. Zolang je je leven plaatst in een lijn, wil je altijd meer, ouder, beter, enzovoort. En dat vertaalt zich dan in een economische groei. Wij focussen ons beter op de menselijke groei, alles moet naar binnen en beneden, zodat we naar een circulaire manier van leven gaan: van meer naar minder”, vertelt Van Gorp.

Van verpleegkundige tot seminarist

Van Gorp groeide op in een groot gezin met zes broers en zussen. Op zijn vijftiende kwam hij voor het eerst in aanraking met de zorgsector, toen hij voor het eerst meereed in een ziekenwagen. “Bij mijn eerste aanraking met de zorg dacht ik: ‘Dit wil ik nooit doen’. Maar uiteindelijk volgde ik een cursus bij het Rode Kruis en besloot ik op mijn achttiende toch verpleegkunde te studeren in Leuven. Ik hou ervan om rust en overzicht te brengen bij mensen. Ik straal graag de rust uit in een crisissituatie”, vertelt Van Gorp.

Na zijn studie verpleegkunde, besloot Van Gorp om drie jaar lang aan het seminarie te studeren. “Ik voelde me als verpleegkundige religieus verbonden met kwetsbare mensen en wou me onderdompelen in het priesterschap vanuit gedrevenheid. Ik voelde me zo verbonden met het diepste 'zijn', met de natuur en met de andere. Het heeft me dichtbij de aarde gehouden.”

Langs de ene kant stel je je heel hard op tegen homoseksualiteit in de samenleving, maar in je eigen instituut heb je er precies geen antwoord op

Hoewel Van Gorp erg mooie herinneringen aan zijn jaren in het seminarie overhoudt, voelde hij toch de aanwezigheid van hypocrisie in het instituut, vooral rond homoseksualiteit. "Ik heb zelf geen problemen met homoseksualiteit, maar het instituut verkondigde heel duidelijk dat dat niet kon. Maar dan bleek het geen probleem te zijn als mede-seminaristen homoseksueel waren. Dan krijg je hypocrisie. Langs de ene kant stel je je heel hard op tegen homoseksualiteit in de samenleving, maar in je eigen instituut heb je er precies geen antwoord op. Dat heb ik lang niet kunnen begrijpen", vertelt Van Gorp.

“Ik ben nog steeds diep religieus. Ik voel me verbonden met mezelf en anderen. Ik denk dat religie vertrekt vanuit het diepste 'zijn' van mensen. Ik geloof ook dat er een goed en kwaad is, waar je tussen moet kiezen. Ik geloof dat de liefde sterker is dan het kwade en die liefde gelijk staat aan verbondenheid. De mensen die zich inzetten voor de kerk, zowel in kleine als grote gemeenschappen, tonen deze verbondenheid in hun acties. Maar ik vind dat het instituut zelf nog iets meer de voeten moet vuil maken. En dan zullen we automatisch de verbinding terugvinden”, vertelt van Gorp.

De dood bespreekbaar maken

Een religieuze verpleegkundige is niet altijd evident, maar dat wilt niet zeggen dat geneeskunde niet hand in hand kan gaan met spiritualiteit. “We moeten de dood bespreekbaar maken. Er is een gebrek aan gesprek over de manieren van sterven en hoe we het einde van ons leven beleven”, aldus Van Gorp.

“Onbewust zijn we allemaal erg bezig met de dood. We eten, slapen en verbinden ons met andere individuen, iets wat je niet zou doen als je onsterfelijk zou zijn. De meest belangrijke vraag is vaak onze laatste vraag op het sterfbed. Het is zo moeilijk voor zorgverstrekkers om de juiste woorden te vinden in dat laatste gesprek. Dat zou eigenlijk niet zo moeilijk mogen zijn. We moeten meer andere profielen in de zorg binnenlaten die ons kunnen leren hoe we deze gesprekken moeten voeren en die de kwaliteit naar boven halen, zodat de zorg verandert van lineair naar circulair.”

De meest zinvolle gesprekken zijn de gesprekken zonder woorden, waar je niets zegt

“We moeten de moeilijkste vraag durven stellen. Als iemand je vraagt of hij/zij naar de hemel gaat of zal sterven, dan is het antwoord ja. Maar in plaats van een antwoord te geven, kan je ook een nieuwe vraag stellen: ‘Waarom denk je dat?’ En dan ben je vertrokken. Deze houding kan een groot verschil maken. Je moet luisteren om iemand te verstaan. De zorg is nu erg gefocust op snelheid en efficiëntie, maar we zouden moeten investeren in een trage houding. De meest zinvolle gesprekken zijn de gesprekken zonder woorden, waar je niets zegt. Wij zijn zo goed in doen, maar zo slecht in gewoon ‘zijn’”, vertelt Van Gorp.

Toekomst

Van Gorp heeft tinnitus in zijn rechteroor, een complicatie die hij liever niet gehad zou hebben. “Ik heb het waarschijnlijk door stress gekregen. De tinnitus heeft me doen inzien dat ik een verantwoordelijkheid heb tegenover mijn vrouw en kinderen. Ik probeer nu wat meer tijd voor mezelf vrij te maken en meer nee te zeggen”, aldus Van Gorp. “Ik heb vooral last van mijn tinnitus in erg stille ruimtes. Als ik zou sterven, hoop ik dat die toon weg gaat, dat ze het van me afpakken.”

Ik vind sterven geen akelige gedachte. Het lijkt me rustgevend

Van Gorp ziet zichzelf liefst rustig oud worden in zijn eigen huis en is niet bang voor de dood. “Ondanks dat ik veel mensen heb zien sterven, vind ik sterven geen akelige gedachte. Ik wil niet dood, maar ik kijk er wel naar uit. Het lijkt me rustgevend. De eeuwige rust.”

“Ik verlang niet veel. Ik heb al zoveel gekregen in het leven. Ik ben dankbaar voor alles wat ik krijg en mag zijn. Ik ben heel sober ingesteld en ga niet snel ontgoocheld zijn omdat ik niet veel verlang”, vertelt Van Gorp.

Als er een boodschap is die Van Gorp wil meegeven, dan is het wel hoe belangrijk het is om gewoon ‘te zijn’. "Wees aanwezig. Dat draagt meer bij aan het geluk dan de wereld waarin je jezelf voortdurend probeert te bewijzen. 'Zijn' verbindt, tot in het diepste van je ziel, meer dan in het doe-model."

Touché gemist? Abonneer je hier op de podcast

Meer Touché: