“In ruil voor een lege bankrekening kreeg ik een personage om mee te spelen”

29 juni 2019
Een nieuwe week, een nieuwe held van de week. Deze keer kiest schrijver Joost Vandecasteele voor zijn oplichtster. “Voor één dag bezat ze duizenden euro’s van mij, nu heb ik haar in mijn boek gestoken, als een literair voodoo-ritueel”

Dit is een soort ode aan mijn oplichtster,

Haar naam weet ik niet, in het proces verbaal noemen ze haar verdachte, wat veel te veel lijkt op het woord ‘gedachte’. Alsof ik die vrouw verzonnen heb.

Voor één dag bezat ze duizenden euro's van mij, die de bank haar gewoon overhandigde

Maar hoe onwaarschijnlijk haar verschijning ook lijkt, ze bestaat echt. En voor één dag bezat ze duizenden euro’s van mij. Die de bank gewoon overhandigde, cash en zonder vragen te stellen. Ook al mag ik zelf nooit meer dan 500 euro per dag afhalen.

De dag erna ga ik naar de politie, aanhoor dat het eigenlijk mijn schuld was. Want een bankrekening hebben lokt crimineel gedrag uit. Met het proces verbaal, naar de bank en voor mij in de rij stond een jonge vrouw moeilijk te doen dat haar kaart geblokkeerd was.

Ze deed moeilijk genoeg om in een glazen kantoortje ontvangen te worden. Ik deed zielig genoeg om in een andere te mogen. In mijn kamertje kreeg ik weer te horen dat het mijn schuld is, ook al dacht ik dat de voornaamste functie van een bank erin bestond om geld te bewaren, want ze hebben kluizen enzo. Maar blijkbaar niet.

Ik kreeg toen te horen dat alles gestort was op de rekening van die vrouw voor mij in de rij en nu kwam ze mijn allerlaatste duizend euro opeisen.

Ik draaide mijn hoofd en zag een ijzige, kalme vrouw, geen spoor van paniek. Een glimp in een andere wereld, verborgen voor mensen als ik. Zoals er duizenden werelden naast elkaar bestaan in Brussel.

Ik zag een vrouw tegen beter weten in blijven proberen, blijven aandringen en alles ontkennen. Ik zag een vrouw net voor alles instortte rond haar. En op dat moment werd ze een personage. Toch een gedachte. Zij heeft mij gebruikt, nu is het mijn beurt.

Ik heb haar in mijn boek gestoken, als een literair voodoo-ritueel

Nu heb ik haar in mijn boek gestoken, als een literair voodoo-ritueel. Ik heb van haar een vrouw gemaakt met mentale superkrachten, die ze niet gebruikt om misdaad te bestrijden, maar om mannen op te lichten omdat ze niets anders kan.

Als straf geef ik haar een fictief leven met een verpletterende eenzaamheid, schuilend in lege huizen en nooit iemand anders kunnen toelaten.

Ik geef haar als vijand een andere vrouw met superkrachten die haar opjaagt. Een moeder die supersterk wordt door mannelijke agressie en zich laat inhuren, als ze tenminste een babysit kan regelen.

Ik veroordeel die vrouw in mijn hoofd tot een tragisch einde, gruwelijker en harder dan wat een rechter zou verzinnen. Dus wat er echt met haar gebeurd is nadat de politie haar kwam halen hoef ik niet te weten, te saai en te voorspelbaar. In ruil voor een maand met een lege bankrekening kreeg ik een personage om mee te spelen. Voor eeuwig opgesloten op pagina 183.

Beluister het volledige fragment:

Lees ook: