Waar liggen de Vlamingen wakker van?

25 oktober 2017
De Grote Levensvragen
54% is voor doodstraf voor moordenaars, 44% is bang voor een nieuwe wereldoorlog, 25% voelt zich eenzaam en 24% dacht al eens aan zelfdoding. Lees alle opmerkelijke cijfers hier:

De onderzoekers gingen enerzijds op zoek naar de meest dominante levensvragen die leven bij Vlamingen. Ze legden de grote levensvragen voor aan specifieke doelgroepen om zo inzicht te krijgen hoe zij hieraan invulling geven. In een aansluitende analyse werd het gewicht en de relevantie van de verschillende levensvragen binnen de maatschappij in kaart gebracht.

Zijn we gelukkig?

Het merendeel van de Vlamingen, 65%, geeft aan zich gelukkig te voelen. Daar staat tegenover dat drie op de tien Vlamingen aangeeft zich niet gelukkig te voelen.
Meer dan 60% van de Vlamingen is, alles bij elkaar genomen tevreden met zijn leven, vindt zijn levensomstandigheden uitstekend en heeft de belangrijkste zaken die hij of zij van het leven verwacht ook gekregen. Kortom, het leven is in de meeste opzichten ideaal voor heel wat mensen (56%). Nochtans geeft ook 43% van de Vlamingen aan dat als ze alles opnieuw zouden kunnen doen, ze sommige zaken toch anders zouden aanpakken.

Meer dan 60% van de Vlamingen is, alles bij elkaar genomen tevreden met zijn leven, vindt zijn levensomstandigheden uitstekend en heeft de belangrijkste zaken die hij of zij van het leven verwacht ook gekregen.

Gezondheid en geluk centraal

Vier op de tien Vlamingen geeft aan met levensvragen bezig te zijn. Deze mensen tonen een sterker sociaal engagement, hebben reeds vaker iets aangrijpend meegemaakt, zijn relatief geloviger en iets minder gelukkig. Daarnaast staat het ook vast dat 42% van de respondenten het leuk vindt om stil te staan bij levensvragen. Slechts 14% geeft aan dit niet leuk te vinden.

42% van de respondenten vindt het leuk om stil te staan bij levensvragen. Slechts 14% geeft aan dit niet leuk te vinden.

De belangrijkste levensvragen voor de Vlaming zijn:

  • “Hoe kan ik lichamelijk gezond blijven?”(69%)
  • “Zal ik een goede oude dag hebben?” (65%)
  • “Ben ik gelukkig?”(63%)
  • “Wat maakt mijn leven de moeite waard?”(62%)
  • “Zullen mijn kinderen en kleinkinderen gelukkig zijn?”(61%)

Vier dimensies

Uit de analyse werden vier achterliggende dimensies in de levensvragen teruggevonden.

Een eerste dimensie is gezondheid en geluk. Levensvragen die handelen rond deze thema’s staan centraal. Zowel via de analyse van de aangeboden levensvragen, als via de spontane associaties komen deze dimensies duidelijk naar boven.

Ook vragen die handelen rond onzekerheid krijgen een centrale plaats. Hierbij vraagt men zich voornamelijk af hoe de toekomst er zal uitzien. Zo stelt men zich vaak de vraag of men een goede oude dag zal hebben (65%), of hun kinderen en kleinkinderen gelukkig zullen zijn (61%) en waar de wereld naartoe gaat (60%).

Vragen over gezondheid en geluk en onzekerheid staan bij de meeste Vlamingen centraal

De huidige samenlevingsvormen worden relatief minder in vraag gesteld. Hoe we met verschillende culturen kunnen samenleven, vormt hierbij nog een groot vraagteken (44%), terwijl 38% zich afvraagt of de democratie zal standhouden.

Ongeveer de helft van de Vlamingen is bezig met levensvragen omtrent betekenisgeving in al zijn facetten. Hieronder vallen vragen zoals wat beteken ik voor anderen, wat is de zin van het leven, is er een reden dat dingen mij overkomen, etc.

Daarentegen is men relatief minder vaak met het overstijgende bezig. Hierbij gaat men zich vaker vragen stellen over spirituele concepten zoals “Is er leven na de dood” (33%) en “Zijn er bovennatuurlijke krachten?”(30%) dan over het bestaan van een god (24%).

Verschillen tussen analysegroepen

Een eerste groot onderscheid dat gemaakt wordt tussen de Vlamingen is het verschil tussen mannen en vrouwen. Vrouwen stellen heel wat levensvragen die betrekking hebben met betekenisgeving meer centraal. Zo geven meer vrouwen aan bezig te zijn met wat ze betekenen voor anderen, wat de zin van het leven is, wat anderen van hun denken en wat de reden is voor de dingen die hen overkomen.

Vrouwen vragen zich meer af of er leven na de dood is, terwijl mannen zichzelf vaker de vraag stellen of er buitenaards leven is.

Ook de levensvragen met betrekking tot angst krijgen bij vrouwen een meer centrale rol. Zo vraagt men zich vaker af waarom er zoveel kwaad in de wereld is, waar de wereld naartoe gaat en of ze morgen nog in een veilig land zullen leven.

Vrouwen vragen zich ook meer af of er leven na de dood is, terwijl mannen zichzelf vaker de vraag stellen of er buitenaards leven is.

Een tweede belangrijke verschil is gebaseerd op leeftijd. Ouderen, hier gedefinieerd als de leeftijdsgroep 56- tot 75-jarigen, stellen zichzelf vaker de vraag hoe men zowel lichamelijk als geestelijk gezond kan blijven. Ze zijn ook reeds bezig met de vraag of men waardig zal sterven. Bovendien zijn ouderen relatief meer bezig met levensvragen die handelen rond onzekerheid en angst over de toekomst. Zo vragen ze zich relatief vaker af of we met verschillende culturen kunnen samenleven, of ons land veilig zal blijven en of onze democratie zal standhouden.

Ouderen zijn relatief meer bezig met levensvragen die handelen rond onzekerheid en angst over de toekomst, jongeren met de positie van het 'ik'

Jongeren, 18- tot 35-jarigen, zijn daarentegen meer bezig met levensvragen die gaan over de positie van het ik. Ze vragen zich af of ze gelukkig zijn, wat het leven de moeite waard maakt, wat ze betekenen voor anderen en of ze zichzelf voldoende kunnen ontplooien. Verder merken we ook dat deze groep relatief meer bezig is met het al dan niet bestaan van bovennatuurlijke krachten en buitenaards leven.

Sociale klasse vormt ook een belangrijk onderscheid. De laagste sociale klasse vraagt zich relatief vaker af of het leven zin heeft.
Binnen de middenklassen is men relatief meer bezig met het bestaan van een god, hoe men geestelijk gezond kan blijven en of iedereen mag zeggen en doen wat hij of zij wil. Zelfontplooiing en lichamelijke gezondheid staan dan weer centraler bij de hogere sociale klassen.

Personen die iets aangrijpends hebben meegemaakt zijn vaker bezig met de verschillende levensvragen.

Personen met een sterker geloof zijn meer bezig met zo goed als alle levensvragen. De enige uitzonderingen hierop zijn het hebben van een goede oude dag, zelf gelukkig zijn, het later gelukkig zijn van kinderen en kleinkinderen en hoe men zoveel mogelijk leuke dingen kan beleven.

Ook moslims zijn meer met de verschillende levensvragen bezig. Zelfs in vergelijking met een gemiddeld meer gelovig persoon zien we enkele belangrijke verschillen: moslims vragen zich vaker af hoe men lichamelijk gezond kan blijven en of ze zich voldoende kunnen ontplooien. Ook op vlak van levensvragen die handelen rond onzekerheid zien we enkele significante verschillen. Niet enkel stelt men zich vaker de vraag of België veilig blijft en de aarde leefbaar blijft, maar ook of hun kinderen en kleinkinderen gelukkig zullen zijn. Daarbij gaat men zich ook vaker de vraag stellen of we onze democratie kunnen behouden. Verder is men ook vaker bezig met de zin van het leven, leven na de dood, buitenaards leven en wat anderen van hun denken.

Zeven onderliggende thema’s

Naast de verschillende Levensvragen werden de respondenten ook enkele actuele thema’s aangereikt aan de hand van 21 stellingen. Deze stellingen vallen op te delen in 7 onderliggende thema’s met enkele opvallende resultaten:

  • Levensoverstijgend: 34% van Vlamingen gelooft wel er iets is dat ons overstijgt, en een op vijf geeft aan in God te geloven
  • Negativisme: een kwart van de Vlamingen geeft aan in zekere mate al eens zelfmoord te hebben overwogen
  • Angst: 37% voelt zich niet veilig als hij ‘s nachts naar huis wandelt. Daarnaast geeft 44% aan bang te zijn dat er een nieuwe wereldoorlog komt, tegenover 33% die aangeeft hier niet akkoord met te zijn
  • Positivisme: naast de aanwezige ‘angsten’ is een groot deel van de Vlamingen ook positief ingesteld: 57% heeft een doel in het leven, 55% voelt zich goed in zijn vel, 54% kijkt positief naar de toekomst, 46% ziet zichzelf graag
  • Sociaal engagement: bijna 70% geeft aan dat alle burgers een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben, 38% geeft ook aan effectief ten dienste van de maatschappij te staan
  • Gelijkheid: gelijke kansen nemen een belangrijke rol op binnen de Vlaamse samenleving, 68% vindt het belangrijk dat iedereen gelijke kansen krijgt. Toch is er ook sprake van enig wantrouwen t.o.v. de democratie. Een op vier Vlamingen gelooft niet meer in de democratie
  • Overige: er is een duidelijk respect voor de levenswijsheid van ouderen. 70% geeft aan dat ouderen jongere generaties nog veel kunnen bijleren. De doodstraf blijft voor heel wat Vlamingen duidelijk een heet hangijzer: de meerderheid (54%) geeft aan voor een doodstraf voor moordenaars te zijn, slechts een op de drie is hier expliciet tegen

 

Wanneer we de vraag stellen welke aspecten centraal staan in het leven, komt vitaliteit sterk aan bod. Gezondheid en liefde worden als de sterkste levensdrivers aangestipt, ook Natuur speelt een belangrijke rol.

De Vlaming is ook een sociaal wezen, naasten worden als een belangrijke betekenisgever aangeduid. De samenleving an sich speelt wel een minder centrale rol

De Vlaming is ook een sociaal wezen, naasten worden als een belangrijke betekenisgever aangeduid. De samenleving an sich speelt wel een minder centrale rol.
Cultuur en vaderland nemen een minder centrale plaats in, maar dit wil echter niet zeggen dat ze onbelangrijk zijn. Zo geeft bijna een op de vier Vlamingen aan dat cultuur wel degelijk zin geeft aan hun leven.

 

Onderzoeksmethodologie

WHY5Research vroeg een 6-7 tal experten om input te leveren over wat volgens hen de vijf meest dominante levensvragen zijn die leven bij Vlamingen.

In de kwalitatieve fase van het onderzoek legden de onderzoekers een lijst van 35 grote levensvragen voor aan specifieke doelgroepen om zo verder inzicht te krijgen hoe zij hieraan invulling geven. In de aansluitende kwantitatieve fase worden deze bevindingen gevalideerd bij een brede maatschappelijke groep.

Het kwantitatief onderzoek werd uitgevoerd via een online panel. De onderzoeksgroep bestond uit een 992 mensen en werd gedefinieerd als de Nederlandstalige bevolking in Vlaanderen en Brussel van 18 jaar tot 75 jaar. Deze werd representatief samengesteld op vlak van leeftijd, geslacht, regio en sociale klasse.

Ter aanvulling van deze groep werden er ook 152 Nederlandstalige moslims bevraagd. Deze groep moest in België wonen, de islam aanhangen en wortels hebben in Turkije, Marokko of andere landen in de Maghreb.